volkslied
zelfstandig naamwoord ˈvolᵊksˌlitBetekenis
- een lied dat dienst doet als symbool voor een volk of een natie
- oud, overgeleverd populair lied
Hoe spreek je volkslied uit?
/ˈvoləksˌlit/
Volkslied bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| o | boot |
| l | land |
| ə | de |
| k | kat |
| s | sok |
| i | riet |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — neuter
- gezongen tekst die dienst doet als symbool voor een volk of een natie
- gezongen tekst die gecomponeerd is om vaderlandsliefde te versterken
- traditioneel gezongen tekst
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| 2., 3. volksliedje | verkleinwoord, enkelvoud |
| 2., 3. volksliedjes | verkleinwoord, meervoud |
| volksliederen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van volk zn en lied zn met het invoegsel -s- **[3] mogelijk onder invloed van Duits Volkslied zn , op te vatten als terugvorming uit volksliedje zn zonder het achtervoegsel -je; in de betekenis van ‘lied dat leeft bij het volk en door overlevering wordt voortgegeven’ voor het eerst aangetroffen in 1812
Woordfamilie van volkslied
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| volksliederen | meervoud | volkslied |
| volksliedje | woordvorm | volkslied |
| volksliedjes | meervoud | volkslied |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van volkslied zijn vastgelegd.