fagocyt
zelfstandig naamwoord fɑɣo'sitBetekenis
- wit bloedlichaampje dat bacteriën en stukjes afgestorven weefsel in zich kan opnemen en verteren door middel van omsluiting (fagocytose)
Hoe spreek je fagocyt uit?
/fɑxoˈsit/
Fagocyt bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| f | fiets |
| ɑ | bad |
| x | acht |
| o | boot |
| s | sok |
| i | riet |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| fagocyten | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘wit bloedlichaampje, eetcel’ voor het eerst aangetroffen in 1912
Woordfamilie van fagocyt
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| fagocyten | meervoud | fagocyt |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van fagocyt zijn vastgelegd.