spriet
zelfstandig naamwoord, werkwoord spritBetekenis
- lang en dun geval
- lang en schraal persoon
- sprietantenne
Hoe spreek je spriet uit?
/sprit/
Spriet bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| p | pak |
| r | rood |
| i | riet |
| t | tak |
zelfstandig naamwoord — masculine
- lang en dun uitgroeisel of voorwerp
- bepaald soort vogel, Crex crex
- vloeistof met een hoog gehalte alcohol informal
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| sprieten | meervoud |
| sprietje | verkleinwoord, enkelvoud |
| sprietjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- enkelvoud tegenwoordige tijd van sprieten
- gebiedende wijs van sprieten
Vervoeging van spriet
spriethele werkwoord
Herkomst
[1] van Middelnederlands spriet, in de betekenis van ‘spruit van een plant’ aangetroffen vanaf 1260
Woordfamilie van spriet
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| sprietje | verkleinwoord | spriet |
| sprietjes | verkleinwoord meervoud | spriet |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van spriet zijn vastgelegd.