kosmopoliet
zelfstandig naamwoord ˌkɔsmopoˈlitBetekenis
- een wereldburger die zich overal (en dus eigenlijk ook nergens) thuis voelt
Hoe spreek je kosmopoliet uit?
/ˌkɔsmopoˈlit/
Kosmopoliet bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de vierde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɔ | bot |
| s | sok |
| m | maan |
| o | boot |
| p | pak |
| l | land |
| i | riet |
| t | tak |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- wereldburger die zich overal (en dus eigenlijk ook nergens) thuis voelt person
- bepaald soort nachtvlinder, Leucania loreyi
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kosmopolieten | meervoud |
Herkomst
van Frans cosmopolite zn , in de betekenis van ‘wereldburger’ voor het eerst aangetroffen in 1776
Woordfamilie van kosmopoliet
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kosmopolieten | meervoud | kosmopoliet |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kosmopoliet zijn vastgelegd.