satelliet
zelfstandig naamwoord /sɑtɛ'lit/Betekenis
- kunstmaan
- een hemellichaam dat een baan beschrijft om een ander, groter hemellichaam
Hoe spreek je satelliet uit?
/sɑtɛˈlit/
Satelliet bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| ɑ | bad |
| t | tak |
| ɛ | bed |
| l | land |
| i | riet |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- toestel dat in een baan om de aarde is gebracht
- hemellichaam dat een baan beschrijft om een ander, groter hemellichaam
- iemand die veel in de omgeving van een ander bevindt en zich sterk op die persoon richt person
- land dat zich in de invloedsfeer van een machtiger land bevindt en zich sterk op dat land richt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| satellieten | meervoud |
| satellietje | verkleinwoord, enkelvoud |
| satellietjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
via een moderne taal en Oudfrans van Latijn satelles "begeleider" **[1]: via Engels satellite, in de betekenis van ‘kunstmaan’ aangetroffen vanaf 1961 **[2]-[4]: via Frans satellite, in de betekenis van ‘hemellichaam dat een ander begeleidt’ aangetroffen vanaf 1763
Woordfamilie van satelliet
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| satellieten | meervoud | satelliet |
| satellietje | verkleinwoord | satelliet |
| satellietjes | verkleinwoord meervoud | satelliet |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van satelliet zijn vastgelegd.