openstaand
werkwoord, bijvoeglijk naamwoord /ˈopə(n)ˌstant/Betekenis
- in een stand waardoor naar binnen gaan of kijken mogelijk is (van dingen die bedoeld zijn om naar binnen gaan of kijken te kunnen verhinderen)
- niet gesloten
- niet bezet
- nog niet betaald (van een schuld)
Hoe spreek je openstaand uit?
/ˈopənˌstant/
Openstaand bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| o | boot |
| p | pak |
| ə | de |
| n | nek |
| s | sok |
| t | tak |
| a | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Woordvorm
- onvoltooid deelwoord van openstaan
Vervoeging van openstaand
openstaandhele werkwoord
bijvoeglijk naamwoord
- in een stand waardoor naar binnen gaan of kijken mogelijk is
- nog niet betaald
Herkomst
openstaan met de uitgang -d
Woordfamilie van openstaand
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| openstaands | woordvorm | openstaand |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van openstaand zijn vastgelegd.