likstok
zelfstandig naamwoord ˈlɪkstɔkBetekenis
- houten spatel die in een kalkkalebas gestoken wordt en door iemand die betel kauwt gebruikt wordt om kalk van af te likken.
- snoepgoed op een stokje waaraan gelikt wordt.
- penis, lul.
- een spaan vervaardigd van zeer hard hout waarmee zolen effen gewreven worden zodat er geen hamerslag meer op te zien is.blz 779 Leerbewerking
Hoe spreek je likstok uit?
/ˈlɪkstɔk/
Likstok bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| ɪ | pit |
| k | kat |
| s | sok |
| t | tak |
| ɔ | bot |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- een spaan vervaardigd van zeer hard hout waarmee zolen effen gewreven worden zodat er geen hamerslag meer op te zien is.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| likstokje | verkleinwoord, enkelvoud |
| likstokjes | verkleinwoord, meervoud |
| likstokken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van lik en stok
Woordfamilie van likstok
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| likstokje | verkleinwoord | likstok |
| likstokjes | verkleinwoord meervoud | likstok |
| likstokken | meervoud | likstok |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van likstok zijn vastgelegd.