overmaken
werkwoord ˈovərˌmakə(n)Betekenis
- opnieuw maken
- geld laten overschrijven op een andere rekening
Hoe spreek je overmaken uit?
/ˈovərˌmakən/
Overmaken bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| o | boot |
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| m | maan |
| a | maan |
| k | kat |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Vervoeging van overmaken
overmakenhele werkwoord — maakte oververleden tijd enkelvoud — maakten oververleden tijd meervoud — overgemaaktvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | maak over | maakte over |
| jij | maakt over | maakte over |
| hij, zij, het | maakt over | maakte over |
| wij | maken over | maakten over |
| jullie | maken over | maakten over |
| zij | maken over | maakten over |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben overgemaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent overgemaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is overgemaakt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was overgemaakt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd overgemaakt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt overgemaakt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal overgemaakt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal overgemaakt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou overgemaakt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou overgemaakt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had overgemaakt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had overgemaakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had overgemaakt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden overgemaakt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden overgemaakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden overgemaakt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt overgemaakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb overgemaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben overgemaakt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben overgemaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben overgemaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben overgemaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt overgemaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft overgemaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft overgemaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is overgemaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is overgemaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| maak over | gebiedende wijs |
| maakte over | verleden tijd |
| over te maken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| over te zullen maken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| over zal maken | bijzin, toekomende tijd |
| over zou maken | bijzin, voorwaardelijk |
| over zouden maken | bijzin, voorwaardelijk |
| over zoudt maken | bijzin, voorwaardelijk |
| over zullen maken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| over zullen maken | bijzin, toekomende tijd |
| over zult maken | bijzin, toekomende tijd |
| overgemaakt | verleden tijd, deelwoord |
| overgemaakt te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| overgemaakt te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| overgemaakt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| overgemaakt te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| overgemaakt te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| overgemaakt worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| overgemaakt zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| overgemaakt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| overgemaakt zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| overgemaakt zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| overmaak | bijzin, tegenwoordige tijd |
| overmaakt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| overmaakte | bijzin, verleden tijd |
| overmaakten | bijzin, verleden tijd |
| overmakend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben overgemaakt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen overmaken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart overgemaakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren overgemaakt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren overgemaakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren overgemaakt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was overgemaakt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was overgemaakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was overgemaakt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd overgemaakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd overgemaakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd overgemaakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden overgemaakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden overgemaakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden overgemaakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt overgemaakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word overgemaakt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden overgemaakt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden overgemaakt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden overgemaakt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt overgemaakt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt overgemaakt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal overgemaakt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal overgemaakt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal overgemaakt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal overgemaakt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal overgemaakt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal overgemaakt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal overgemaakt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal overmaken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal overmaken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal overmaken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal overmaken | bijzin, toekomende tijd |
| zijn overgemaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn overgemaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn overgemaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt overgemaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou overgemaakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou overgemaakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou overgemaakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou overgemaakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou overgemaakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou overgemaakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou overgemaakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou overgemaakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou overgemaakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou overmaken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou overmaken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou overmaken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou overmaken | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) overmaken over zou(dt) maken | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden overgemaakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden overgemaakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden overgemaakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden overgemaakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden overgemaakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden overgemaakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden overgemaakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden overgemaakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden overgemaakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden overmaken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden overmaken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden overmaken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden overmaken | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt overgemaakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt overgemaakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt overgemaakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt overmaken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt overmaken | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen overgemaakt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen overgemaakt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen overgemaakt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen overgemaakt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen overgemaakt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen overgemaakt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen overgemaakt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen overgemaakt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen overgemaakt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen overmaken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen overmaken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen overmaken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen overmaken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen overmaken | bijzin, toekomende tijd |
| zult overgemaakt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van over bw en maken ww
Woordfamilie van overmaken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| maak over | gebiedende wijs | overmaken |
| maakt over | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | overmaken |
| maakte over | verleden tijd | overmaken |
| maakten over | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | overmaken |
| make over | woordvorm | overmaken |
| maken over | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | overmaken |
| overgemaakt | voltooid deelwoord | overmaken |
| overgemaakte | woordvorm | overmaken |
| overmaak | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | overmaken |
| overmaakt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | overmaken |
| overmaakte | subordinate-clause, verleden tijd | overmaken |
| overmaakten | subordinate-clause, verleden tijd | overmaken |
| overmake | with-subordinate-clause | overmaken |
| overmakend | onvoltooid deelwoord | overmaken |
| overmakende | woordvorm | overmaken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van overmaken zijn vastgelegd.