bewaken
werkwoord bəˈwakə(n)Betekenis
- toezicht houden op de veiligheid van iets of iemand
- ervoor zorgen dat iemand niet ontsnapt
- iets in het oog houden
- zorgen dat een aanvaller niet kan scoren
Hoe spreek je bewaken uit?
/bəˈwakən/
Bewaken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| w | quiz |
| a | maan |
| k | kat |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van bewaken
bewakenhele werkwoord — bewaakteverleden tijd enkelvoud — bewaaktenverleden tijd meervoud — bewaaktvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bewaak | bewaakte |
| jij | bewaakt | bewaakte |
| hij, zij, het | bewaakt | bewaakte |
| wij | bewaken | bewaakten |
| jullie | bewaken | bewaakten |
| zij | bewaken | bewaakten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben bewaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent bewaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| bewaak | gebiedende wijs |
| bewaakt | verleden tijd, deelwoord |
| bewaakt te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bewaakt te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bewaakt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bewaakt te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bewaakt te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bewaakt worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bewaakt zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bewaakt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bewaakt zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bewaakt zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bewaakte | verleden tijd |
| bewake | aanvoegende wijs |
| bewakend | onvoltooid, deelwoord |
| er is bewaakt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was bewaakt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd bewaakt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt bewaakt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal bewaakt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal bewaakt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou bewaakt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou bewaakt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had bewaakt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had bewaakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had bewaakt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden bewaakt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden bewaakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden bewaakt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt bewaakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb bewaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bewaakt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben bewaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bewaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben bewaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt bewaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bewaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bewaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is bewaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is bewaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te bewaken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben bewaakt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bewaken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart bewaakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bewaakt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren bewaakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bewaakt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was bewaakt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was bewaakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was bewaakt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd bewaakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd bewaakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd bewaakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden bewaakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden bewaakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden bewaakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt bewaakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word bewaakt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden bewaakt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden bewaakt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden bewaakt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt bewaakt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt bewaakt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal bewaakt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bewaakt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bewaakt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bewaakt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bewaakt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal bewaakt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bewaakt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bewaken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bewaken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bewaken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn bewaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn bewaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn bewaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt bewaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou bewaakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bewaakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bewaakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bewaakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bewaakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou bewaakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bewaakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bewaakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bewaakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bewaken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bewaken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bewaken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden bewaakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bewaakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bewaakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bewaakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bewaakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bewaakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bewaakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bewaakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bewaakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bewaken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bewaken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bewaken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt bewaakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bewaakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bewaakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bewaken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen bewaakt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bewaakt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bewaakt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bewaakt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bewaakt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bewaakt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bewaakt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bewaakt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bewaakt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bewaken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bewaken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bewaken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bewaken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult bewaakt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bewaakt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bewaakt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bewaken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van waken met het voorvoegsel be-.
Woordfamilie van bewaken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bewaak | gebiedende wijs | bewaken |
| bewaakt | voltooid deelwoord | bewaken |
| bewaakte | verleden tijd | bewaken |
| bewaakten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | bewaken |
| bewake | aanvoegende wijs | bewaken |
| bewakend | onvoltooid deelwoord | bewaken |
| bewakende | woordvorm | bewaken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bewaken zijn vastgelegd.