kraakwacht
zelfstandig naamwoord ˈkrakwɑxtBetekenis
- groep tijdelijke huurders die een leegstaand pand bewonen om te voorkomen dat dit gekraakt wordt
Hoe spreek je kraakwacht uit?
/ˈkrakwɑxt/
Kraakwacht bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| r | rood |
| a | maan |
| w | quiz |
| ɑ | bad |
| x | acht |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kraakwachten | meervoud |
Herkomst
samenstelling van kraak ww en wacht
Woordfamilie van kraakwacht
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kraakwachten | meervoud | kraakwacht |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kraakwacht zijn vastgelegd.