kraker
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die zich wederrechtelijk metterwoon in een pand vestigt
- een chiropractor of manuele therapeut
- iemand die iets kraakt of iets waarmee men kan kraken
- succesnummer
zelfstandig naamwoord — masculine
- fabriek of laboratoriumopstelling waarin met scheikundige technieken grotere organische moleculen (polymeren) gesplitst worden in kleinere organische moleculen of omgevormd tot moleculen die betere eigenschappen hebben met betrekking tot hun geschiktheid als brandstof
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| krakers | meervoud |
| krakertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| krakertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘iem. die een leegstaand huis binnendringt voor bewoning’ voor het eerst aangetroffen in 1970
Woordfamilie van kraker
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| krakers | meervoud | kraker |
| krakertje | verkleinwoord | kraker |
| krakertjes | verkleinwoord meervoud | kraker |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kraker zijn vastgelegd.