diaken
zelfstandig naamwoord di'jakənBetekenis
- rooms-katholiek geestelijke, gerangschikt direct onder een priester, die een priester helpt bij kerkdiensten
- persoon die binnen de protestantse kerken gaat over de kerkelijke armenzorg
Hoe spreek je diaken uit?
/diˈjakən/
Diaken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| i | riet |
| j | ja |
| a | maan |
| k | kat |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| diakenen, diakens | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘r.k.: iemand die de hiërarchische wijding ontvangen heeft’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Woordfamilie van diaken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| diakenen | meervoud | diaken |
| diakens | meervoud | diaken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van diaken zijn vastgelegd.