taken
werkwoord, zelfstandig naamwoord /ˈtaːkə(n)/Betekenis
- aanraken
- grijpen, nemen
- krijgen
Hoe spreek je taken uit?
/ˈtakən/
Taken bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| a | maan |
| k | kat |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van taken
takenhele werkwoord — taakteverleden tijd enkelvoud — taaktenverleden tijd meervoud — getaaktvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | taak | taakte |
| jij | taakt | taakte |
| hij, zij, het | taakt | taakte |
| wij | taken | taakten |
| jullie | taken | taakten |
| zij | taken | taakten |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| getaakt | verleden tijd, deelwoord |
| getaakt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| getaakt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had getaakt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had getaakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had getaakt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden getaakt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden getaakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden getaakt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt getaakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb getaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben getaakt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben getaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben getaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben getaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt getaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft getaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft getaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| taak | gebiedende wijs |
| taakte | verleden tijd |
| take | aanvoegende wijs |
| takend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben getaakt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te taken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen taken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal getaakt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal getaakt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal getaakt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal taken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal taken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal taken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou getaakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou getaakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou getaakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou taken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou taken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou taken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden getaakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden getaakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden getaakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden taken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden taken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden taken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt getaakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt taken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen getaakt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen getaakt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen getaakt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen taken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen taken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen taken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen taken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult getaakt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult taken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord taak
Herkomst
ww erfwoord Ontwikkeld uit Middelnederlands taken, uit Germaans *takan- “aanraken”. Verwant aan o.a. Engels take, Zweeds taga, Noors taka, Gothisch tekan.
Woordfamilie van taken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| getaakt | voltooid deelwoord | taken |
| getaakte | woordvorm | taken |
| taakt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | taken |
| taakte | verleden tijd | taken |
| taakten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | taken |
| take | aanvoegende wijs | taken |
| takend | onvoltooid deelwoord | taken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van taken zijn vastgelegd.