genaken
werkwoord /ɣə'nakən/Betekenis
- dichterbij komen
- het ophanden zijn van een gebeurtenis
Hoe spreek je genaken uit?
/xəˈnakən/
Genaken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| ə | de |
| n | nek |
| a | maan |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van genaken
genakenhele werkwoord — genaakteverleden tijd enkelvoud — genaaktenverleden tijd meervoud — genaaktvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | genaak | genaakte |
| jij | genaakt | genaakte |
| hij, zij, het | genaakt | genaakte |
| wij | genaken | genaakten |
| jullie | genaken | genaakten |
| zij | genaken | genaakten |
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben genaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent genaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| genaak | gebiedende wijs |
| genaakt | verleden tijd, deelwoord |
| genaakt te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| genaakt zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| genaakte | verleden tijd |
| genake | aanvoegende wijs |
| genakend | onvoltooid, deelwoord |
| is genaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is genaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te genaken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zijn genaakt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen genaken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart genaakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren genaakt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren genaakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren genaakt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was genaakt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was genaakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was genaakt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal genaakt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal genaakt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal genaakt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal genaken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal genaken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal genaken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn genaakt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn genaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn genaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn genaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt genaakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou genaakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou genaakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou genaakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou genaken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou genaken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou genaken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden genaakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden genaakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden genaakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden genaken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden genaken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden genaken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt genaakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt genaken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen genaakt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen genaakt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen genaakt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen genaken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen genaken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen genaken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen genaken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult genaakt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult genaken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘naderen, ophanden zijn’ voor het eerst aangetroffen in 901
Woordfamilie van genaken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| genaak | gebiedende wijs | genaken |
| genaakten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | genaken |
| genake | aanvoegende wijs | genaken |
| genakend | onvoltooid deelwoord | genaken |
| genakende | woordvorm | genaken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van genaken zijn vastgelegd.