Naar de inhoud

staken

een werkonderbreking of (ludieke) actie houden voor betere arbeidsvoorwaarden of meer loon

staken is meer dan één woord

staken

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈstakə(n)

Betekenis

  1. een werkonderbreking of (ludieke) actie houden voor betere arbeidsvoorwaarden of meer loon
  2. beëindigen

Hoe spreek je staken uit?

/ˈstakən/

Staken bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈstakən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
s sok
t tak
a maan
k kat
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van staken

stakenhele werkwoord — staakteverleden tijd enkelvoud — staaktenverleden tijd meervoud — gestaaktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik staak staakte
jij staakt staakte
hij, zij, het staakt staakte
wij staken staakten
jullie staken staakten
zij staken staakten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gestaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gestaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gestaakt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gestaakt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gestaakt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gestaakt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gestaakt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gestaakt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gestaakt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gestaakt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gestaakt verleden tijd, deelwoord
gestaakt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gestaakt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gestaakt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gestaakt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gestaakt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gestaakt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gestaakt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gestaakt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gestaakt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gestaakt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gestaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gestaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gestaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gestaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gestaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gestaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gestaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gestaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gestaakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gestaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gestaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gestaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gestaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gestaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gestaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gestaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gestaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
staak gebiedende wijs
staakte verleden tijd
stake aanvoegende wijs
stakend onvoltooid, deelwoord
te hebben gestaakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te staken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen staken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gestaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gestaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gestaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gestaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gestaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gestaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gestaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gestaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gestaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gestaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gestaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gestaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gestaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gestaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gestaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gestaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gestaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gestaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gestaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gestaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gestaakt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gestaakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gestaakt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gestaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gestaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gestaakt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gestaakt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal staken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal staken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal staken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gestaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gestaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gestaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gestaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gestaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gestaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gestaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gestaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gestaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gestaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gestaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gestaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gestaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou staken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou staken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou staken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gestaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gestaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gestaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gestaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gestaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gestaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gestaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gestaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gestaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden staken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden staken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden staken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gestaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gestaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gestaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt staken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gestaakt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gestaakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gestaakt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gestaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gestaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gestaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gestaakt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gestaakt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gestaakt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen staken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen staken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen staken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen staken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gestaakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gestaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gestaakt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult staken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van steken

Vervoeging van staken

stakenhele werkwoord — staakteverleden tijd enkelvoud — staaktenverleden tijd meervoud — gestaaktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik staak staakte
jij staakt staakte
hij, zij, het staakt staakte
wij staken staakten
jullie staken staakten
zij staken staakten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gestaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gestaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gestaakt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gestaakt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gestaakt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gestaakt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gestaakt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gestaakt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gestaakt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gestaakt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gestaakt verleden tijd, deelwoord
gestaakt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gestaakt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gestaakt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gestaakt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gestaakt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gestaakt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gestaakt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gestaakt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gestaakt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gestaakt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gestaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gestaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gestaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gestaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gestaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gestaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gestaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gestaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gestaakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gestaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gestaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gestaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gestaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gestaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gestaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gestaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gestaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
staak gebiedende wijs
staakte verleden tijd
stake aanvoegende wijs
stakend onvoltooid, deelwoord
te hebben gestaakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te staken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen staken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gestaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gestaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gestaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gestaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gestaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gestaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gestaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gestaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gestaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gestaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gestaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gestaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gestaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gestaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gestaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gestaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gestaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gestaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gestaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gestaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gestaakt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gestaakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gestaakt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gestaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gestaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gestaakt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gestaakt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal staken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal staken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal staken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gestaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gestaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gestaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gestaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gestaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gestaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gestaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gestaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gestaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gestaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gestaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gestaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gestaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou staken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou staken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou staken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gestaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gestaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gestaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gestaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gestaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gestaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gestaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gestaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gestaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden staken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden staken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden staken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gestaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gestaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gestaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt staken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gestaakt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gestaakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gestaakt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gestaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gestaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gestaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gestaakt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gestaakt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gestaakt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen staken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen staken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen staken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen staken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gestaakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gestaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gestaakt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult staken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord staak

Herkomst

In de betekenis van ‘stopzetten, het werk neerleggen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1573

Woordfamilie van staken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gestaakt voltooid deelwoord staken
gestaakte woordvorm staken
staakte verleden tijd staken
staakten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon staken
stake aanvoegende wijs staken
stakend onvoltooid deelwoord staken
stakende woordvorm staken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van staken zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over staken

Hoe spreek je staken uit?
De uitspraak van staken is: /ˈstakə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent staken?
Staken is een werkwoord. Het woord betekent: een werkonderbreking of (ludieke) actie houden voor betere arbeidsvoorwaarden of meer loon. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je staken?
Je vervoegt staken als volgt: de tegenwoordige tijd is staak, de verleden tijd is staakte en het voltooid deelwoord is gestaakt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op staken?

Op staken rijmen 31 woorden, onder andere laken, maken en ontwaken. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op staken, uitspraak ˈstakən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
laken 2
maken 2
ontwaken 3
braken 2
waken 2
bewaken 3
diaken 3
overmaken 4
vastmaken 3
raken 2
beddenlaken 4
kraken 2
vermaken 3
taken 2
haken 2
genaken 3
ammelaken 4
aanspraken 3
autokraken 4
beddelaken 4
bosniaken 4
daken 2
doorbraken 3
fetisjzaken 4
geleidebaken 5
inbreukzaken 4
lemmeraken 4
levensmiddelenzaken 7
overheidstaken 5
spaken 2
vlaken 2

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord staken is 10 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. T 2
  3. A 1
  4. K 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 10 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

staken levert met Wordfeud minimaal 10 en maximaal 48 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. T 2
  3. A 1
  4. K 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 10 zonder bonus
  8. 48 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

staken telt 6 letters, waarvan 6 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

staken in het kort

staken is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van staken zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort staken bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

staken: een werkonderbreking of (ludieke) actie houden voor betere arbeidsvoorwaarden of meer loon
Deel staken — standaardnederlands.nl