kauw
zelfstandig naamwoord, werkwoord kɑuBetekenis
- eem zwarte zangvogel met een grijze nek uit de Corvidae
Hoe spreek je kauw uit?
/kɑu/
Kauw bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɑu | koud |
Klinkt hetzelfde als kou.
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- Corvus monedula, een zwarte zangvogel met een grijze nek uit de Corvidae
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kauwen | meervoud |
| kauwtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kauwtjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kauwen
- gebiedende wijs van kauwen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kauwen
Vervoeging van kauw
kauwhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘kraaiachtige zangvogel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1279.
Woordfamilie van kauw
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kauwtje | verkleinwoord | kauw |
| kauwtjes | verkleinwoord meervoud | kauw |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kauw zijn vastgelegd.