zakenvrouw
zelfstandig naamwoord ˈzakə(n)ˌvrɑuBetekenis
- een vrouwspersoon die zich richt op commerciële activiteiten
Hoe spreek je zakenvrouw uit?
/ˈzakənˌvrɑu/
Zakenvrouw bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| a | maan |
| k | kat |
| ə | de |
| n | nek |
| v | vis |
| r | rood |
| ɑu | koud |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zakenvrouwen | meervoud |
| zakenvrouwtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zakenvrouwtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van zaak en vrouw met het invoegsel -en-
Woordfamilie van zakenvrouw
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zakenvrouwen | meervoud | zakenvrouw |
| zakenvrouwtje | verkleinwoord | zakenvrouw |
| zakenvrouwtjes | verkleinwoord meervoud | zakenvrouw |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zakenvrouw zijn vastgelegd.