douw
zelfstandig naamwoord, werkwoord, persoonlijk voornaamwoord dɑuBetekenis
- een douw krijgen: een berisping krijgen
- duw
Hoe spreek je douw uit?
/dɑu/
Douw bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| ɑu | koud |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| douwen | meervoud |
| douwtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| douwtjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van douwen
- gebiedende wijs van douwen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van douwen
Vervoeging van douw
douwhele werkwoord
persoonlijk voornaamwoord — person
- schrijfwijze van du
Herkomst
(voornaamwoord) via Middelnederlands douw, van Oudnederlands thū, van Proto-West-Germaans *þū, van Proto-Germaans *þū, dat teruggaat op Proto-Indo-Europeaans *túh₂
Woordfamilie van douw
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| douwtje | verkleinwoord | douw |
| douwtjes | verkleinwoord meervoud | douw |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van douw zijn vastgelegd.