rouw
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord, werkwoord rɑuBetekenis
- grote smart of droefenis na een verlies
- tijd van rouw
- ruw
Hoe spreek je rouw uit?
/rɑu/
Rouw bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| ɑu | koud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rouwen
- gebiedende wijs van rouwen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rouwen
Vervoeging van rouw
rouwhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘smart’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1220
Woordfamilie van rouw
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| rouwer | woordvorm | rouw |
| rouwere | woordvorm | rouw |
| rouwers | woordvorm | rouw |
| rouws | woordvorm | rouw |
| rouwst | woordvorm | rouw |
| rouwste | woordvorm | rouw |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rouw zijn vastgelegd.