kauri
zelfstandig naamwoord ˈkɑuriBetekenis
- met glanzend gekleurde schelpen, gebruikt voor versiering en als ruilmiddel
- die voorkomt in Nieuw-Zeeland, waarvan het hout en de hars nuttige toepassingen kennen
Hoe spreek je kauri uit?
/ˈkɑuri/
Kauri bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɑu | koud |
| r | rood |
| i | riet |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- benaming voor voor verschillende soorten slakken uit de familie Cypraeidae met glanzend gekleurde schelpen, gebruikt voor versiering en als ruilmiddel
- conifeer Agathis australis die voorkomt in Nieuw-Zeeland, waarvan het hout en de hars nuttige toepassingen kennen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kauri's | meervoud |
zelfstandig naamwoord — neuter
- hout afkomstig van de Nieuw-Zeelandse naaldboom Agathis australis
Herkomst
[1] van Hindi कौड़ी (kauṛi)
Woordfamilie van kauri
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kauri's | meervoud | kauri |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kauri zijn vastgelegd.