mevrouw
zelfstandig naamwoord, werkwoord məˈvrɑuBetekenis
- een formele manier om een vrouw aan te spreken
Hoe spreek je mevrouw uit?
/məˈvrɑu/
Mevrouw bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| ə | de |
| v | vis |
| r | rood |
| ɑu | koud |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- formele manier om een vrouw aan te spreken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| mevr. | |
| mevrouwen | meervoud |
| mevrouwtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| mevrouwtjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van mevrouwen
- gebiedende wijs van mevrouwen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van mevrouwen
Vervoeging van mevrouw
mevrouwhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘aanspreektitel voor een vrouw’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1431
Woordfamilie van mevrouw
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| mevrouwen | meervoud | mevrouw |
| mevrouwtjes | verkleinwoord meervoud | mevrouw |
| gemevrouwd | woordvorm | mevrouwen |
| mevrouwde | woordvorm | mevrouwen |
| mevrouwden | woordvorm | mevrouwen |
| mevrouwe | woordvorm | mevrouwen |
| mevrouwend | woordvorm | mevrouwen |
| mevrouwende | woordvorm | mevrouwen |
| mevrouwt | woordvorm | mevrouwen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van mevrouw zijn vastgelegd.