bakkeljauw
zelfstandig naamwoord ˌbɑkəlˈjɑuBetekenis
- geweekte en gesneden stokvis/ klipvis, veel gebruikt in de Surinaamse keuken
Hoe spreek je bakkeljauw uit?
/ˌbɑkəlˈjɑu/
Bakkeljauw bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɑ | bad |
| k | kat |
| ə | de |
| l | land |
| j | ja |
| ɑu | koud |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Herkomst
moɡelijk uit kabeljauw zn onder invloed van Latijn baculum zn "stok" of direct van Baskisch bakailao, omdat Baskische vissers eerder begonnen met het vangen van de kabeljauw bij Newfoundland zoals die in Suriname werd verkocht