fietseling
zelfstandig naamwoord ˈfitsəˌlɪŋBetekenis
- verplaatsing per rijwiel
- tocht per rijwiel door een grote groep mensen als middel om de aandacht op een bepaald probleem te vestigen
- evenement waarbij recreanten een uitgezette tocht per rijwiel maken
- berijder van een rijwiel
Hoe spreek je fietseling uit?
/ˈfitsəˌlɪŋ/
Fietseling bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| f | fiets |
| i | riet |
| t | tak |
| s | sok |
| ə | de |
| l | land |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| fietselingen | enkelvoud |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| fietselingen | enkelvoud |
Woordfamilie van fietseling
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| fietselingen | enkelvoud | fietseling |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van fietseling zijn vastgelegd.