drie
hoofdtelwoord, zelfstandig naamwoord driBetekenis
- '3', het getal tussen twee en vier
- het cijfer 3
- dat wat in een (rang)ordening met 3 is aangeduid
- groep van 3 eenheden
- try (rugby)
- droog
- het getal tussen de twee en de vier, in Arabische cijfers 3, in Romeinse cijfers III
Hoe spreek je drie uit?
/dri/
Drie bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| r | rood |
| i | riet |
hoofdtelwoord
- "3", het getal tussen twee en vier
Verbuiging en vervoeging (hoofdtelwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| 11 | |
| 3 | |
| III |
Herkomst
erfwoord via Middelnederlands drie van Oudnederlands thrī, in de betekenis van ‘telwoord’ voor het eerst aangetroffen in 820
Woordfamilie van drie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| drietje | woordvorm | drie |
| drietjes | meervoud | drie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van drie zijn vastgelegd.