casino
zelfstandig naamwoord kaˈzinoBetekenis
- een gelegenheid waar in een luxe omgeving gegokt wordt
- zaken die gekenmerkt worden door de (te) grote risico's die er een rol bij spelen
- casinobrood
Hoe spreek je casino uit?
/kaˈzino/
Casino bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| a | maan |
| z | zon |
| i | riet |
| n | nek |
| o | boot |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| casino's | meervoud |
| casinootje | verkleinwoord, enkelvoud |
| casinootjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Italiaans, in de betekenis van ‘gebouw voor gokken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1824
Woordfamilie van casino
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| casino's | meervoud | casino |
| casinootje | verkleinwoord | casino |
| casinootjes | verkleinwoord meervoud | casino |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van casino zijn vastgelegd.