binnen
bijwoord, voorzetsel ˈbɪnə(n)Betekenis
- hierbinnen
- binnenkomen
- een tijdspanne die korter is dan de genoemde tijd
- te binnen schieten: herinneren
- van binnen: aan de binnenkant, in jezelf
- in een bepaald bestek of ruimte
- in een bepaalde tijd
Hoe spreek je binnen uit?
/ˈbɪnən/
Binnen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɪ | pit |
| n | nek |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
bijwoord
- in een gebouw of andere beschutting
- prepositioneel deel van een voornaamwoordelijk bijwoord hierbinnen
- bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord binnenkomen
Herkomst
erfwoord, in de betekenis van ‘bijwoord van plaats’ aangetroffen vanaf ca. 1151-1200