beginnen
werkwoord, zelfstandig naamwoord bəˈɣɪnə(n)Betekenis
- ~ met: voor het eerst gaan doen
- initiëren
- starten
Hoe spreek je beginnen uit?
/bəˈxɪnən/
Beginnen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| x | acht |
| ɪ | pit |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- voor het eerst gaan doen unergative
- in gang zetten, initiëren transitive
- een aanvang nemen intransitive
Vervoeging van beginnen
beginnenhele werkwoord — begonverleden tijd enkelvoud — begonnenverleden tijd meervoud — begonnenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | begin | begon |
| jij | begint | begon |
| hij, zij, het | begint | begon |
| wij | beginnen | begonnen |
| jullie | beginnen | begonnen |
| zij | beginnen | begonnen |
Alle 64 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| begin | gebiedende wijs |
| beginne | aanvoegende wijs |
| beginnend | onvoltooid, deelwoord |
| begon | verleden tijd |
| begonnen | verleden tijd, deelwoord |
| begonnen te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| begonnen zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ben begonnen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent begonnen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is begonnen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was begonnen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd begonnen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt begonnen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal begonnen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal begonnen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou begonnen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou begonnen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| is begonnen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is begonnen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te beginnen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zijn begonnen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen beginnen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart begonnen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren begonnen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren begonnen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren begonnen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was begonnen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was begonnen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was begonnen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal beginnen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal beginnen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal beginnen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal begonnen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal begonnen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal begonnen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn begonnen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn begonnen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn begonnen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn begonnen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt begonnen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou beginnen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou beginnen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou beginnen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou begonnen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou begonnen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou begonnen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden beginnen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden beginnen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden beginnen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden begonnen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden begonnen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden begonnen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt beginnen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt begonnen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen beginnen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen beginnen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen beginnen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen beginnen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen begonnen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen begonnen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen begonnen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult beginnen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult begonnen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord begin
Herkomst
erfwoord via Middelnederlands beghinnen van Oudnederlands biginnan afgeleid van ginnan ww "aanvangen" met het voorvoegsel be-, in de betekenis van ‘aanvangen’ aangetroffen vanaf 901
Woordfamilie van beginnen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| begint | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | beginnen |
| begon | verleden tijd | beginnen |
| begonnen | voltooid deelwoord | beginnen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van beginnen zijn vastgelegd.