binnendringen
werkwoord ˈbɪnə(n)ˌdrɪŋə(n)Betekenis
- zich met geweld toegang verschaffen.
Hoe spreek je binnendringen uit?
/ˈbɪnənˌdrɪŋən/
Binnendringen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɪ | pit |
| n | nek |
| ə | de |
| d | dak |
| r | rood |
| ŋ | ding |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Vervoeging van binnendringen
binnendringenhele werkwoord — drong binnenverleden tijd enkelvoud — drongen binnenverleden tijd meervoud — binnengedrongenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | dring binnen | drong binnen |
| jij | dringt binnen | drong binnen |
| hij, zij, het | dringt binnen | drong binnen |
| wij | dringen binnen | drongen binnen |
| jullie | dringen binnen | drongen binnen |
| zij | dringen binnen | drongen binnen |
Alle 76 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben binnengedrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent binnengedrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| binnen te dringen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| binnen te zullen dringen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| binnen zal dringen | bijzin, toekomende tijd |
| binnen zou dringen | bijzin, voorwaardelijk |
| binnen zouden dringen | bijzin, voorwaardelijk |
| binnen zoudt dringen | bijzin, voorwaardelijk |
| binnen zullen dringen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| binnen zullen dringen | bijzin, toekomende tijd |
| binnen zult dringen | bijzin, toekomende tijd |
| binnendring | bijzin, tegenwoordige tijd |
| binnendringend | onvoltooid, deelwoord |
| binnendringt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| binnendrong | bijzin, verleden tijd |
| binnendrongen | bijzin, verleden tijd |
| binnendrongt | bijzin, verleden tijd |
| binnengedrongen | verleden tijd, deelwoord |
| binnengedrongen te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| binnengedrongen zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| dring binnen | gebiedende wijs |
| drong binnen | verleden tijd |
| ev. | gebiedende wijs |
| is binnengedrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is binnengedrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te zijn binnengedrongen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen binnendringen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart binnengedrongen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren binnengedrongen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren binnengedrongen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren binnengedrongen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was binnengedrongen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was binnengedrongen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was binnengedrongen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal binnendringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal binnendringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal binnendringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal binnendringen | bijzin, toekomende tijd |
| zal binnengedrongen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal binnengedrongen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal binnengedrongen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn binnengedrongen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn binnengedrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn binnengedrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn binnengedrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt binnengedrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou binnendringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou binnendringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou binnendringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou binnendringen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou binnengedrongen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou binnengedrongen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou binnengedrongen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) binnendringen binnen zou(dt) dringen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden binnendringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden binnendringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden binnendringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden binnendringen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden binnengedrongen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden binnengedrongen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden binnengedrongen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt binnendringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt binnendringen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt binnengedrongen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen binnendringen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen binnendringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen binnendringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen binnendringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen binnendringen | bijzin, toekomende tijd |
| zullen binnengedrongen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen binnengedrongen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen binnengedrongen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult binnendringen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult binnendringen | bijzin, toekomende tijd |
| zult binnengedrongen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult/zal binnendringen binnen zult/zal dringen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van binnen en dringen
Woordfamilie van binnendringen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| binnendring | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | binnendringen |
| binnendringe | with-subordinate-clause | binnendringen |
| binnendringend | onvoltooid deelwoord | binnendringen |
| binnendringende | woordvorm | binnendringen |
| binnendringt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | binnendringen |
| binnendrong | subordinate-clause, verleden tijd | binnendringen |
| binnendrongen | subordinate-clause, verleden tijd | binnendringen |
| binnengedrongen | voltooid deelwoord | binnendringen |
| dring binnen | gebiedende wijs | binnendringen |
| dringe binnen | woordvorm | binnendringen |
| dringen binnen | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | binnendringen |
| dringt binnen | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | binnendringen |
| drong binnen | verleden tijd | binnendringen |
| drongen binnen | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | binnendringen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van binnendringen zijn vastgelegd.