binnendijk
zelfstandig naamwoordBetekenis
- dijk die, zolang de buitendijk het water keert, geen dienst hoeft te doen
- dijk langs een binnenwater
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| binnendijken | meervoud |
| binnendijkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| binnendijkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van binnen en dijk
Woordfamilie van binnendijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| binnendijken | meervoud | binnendijk |
| binnendijkje | verkleinwoord | binnendijk |
| binnendijkjes | verkleinwoord meervoud | binnendijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van binnendijk zijn vastgelegd.