binnenbrengen
werkwoordBetekenis
- van buiten naar binnen vervoeren, van verderweg naar dichterbij vervoeren
- Geld verdienen voor een bedrijf of huishouden
Vervoeging van binnenbrengen
binnenbrengenhele werkwoord — bracht binnenverleden tijd enkelvoud — brachten binnenverleden tijd meervoud — binnengebrachtvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | breng binnen | bracht binnen |
| jij | brengt binnen | bracht binnen |
| hij, zij, het | brengt binnen | bracht binnen |
| wij | brengen binnen | brachten binnen |
| jullie | brengen binnen | brachten binnen |
| zij | brengen binnen | brachten binnen |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben binnengebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent binnengebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| binnen te brengen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| binnen te zullen brengen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| binnen zal brengen | bijzin, toekomende tijd |
| binnen zou brengen | bijzin, voorwaardelijk |
| binnen zouden brengen | bijzin, voorwaardelijk |
| binnen zoudt brengen | bijzin, voorwaardelijk |
| binnen zullen brengen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| binnen zullen brengen | bijzin, toekomende tijd |
| binnen zult brengen | bijzin, toekomende tijd |
| binnenbracht | bijzin, verleden tijd |
| binnenbrachten | bijzin, verleden tijd |
| binnenbreng | bijzin, tegenwoordige tijd |
| binnenbrengend | onvoltooid, deelwoord |
| binnenbrengt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| binnengebracht | verleden tijd, deelwoord |
| binnengebracht te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| binnengebracht te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| binnengebracht te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| binnengebracht te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| binnengebracht te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| binnengebracht worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| binnengebracht zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| binnengebracht zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| binnengebracht zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| binnengebracht zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bracht binnen | verleden tijd |
| breng binnen | gebiedende wijs |
| er is binnengebracht | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was binnengebracht | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd binnengebracht | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt binnengebracht | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal binnengebracht worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal binnengebracht zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou binnengebracht worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou binnengebracht zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had binnengebracht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had binnengebracht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had binnengebracht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden binnengebracht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden binnengebracht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden binnengebracht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt binnengebracht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb binnengebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben binnengebracht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben binnengebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben binnengebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben binnengebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt binnengebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft binnengebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft binnengebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is binnengebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is binnengebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben binnengebracht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen binnenbrengen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart binnengebracht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren binnengebracht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren binnengebracht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren binnengebracht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was binnengebracht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was binnengebracht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was binnengebracht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd binnengebracht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd binnengebracht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd binnengebracht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden binnengebracht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden binnengebracht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden binnengebracht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt binnengebracht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word binnengebracht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden binnengebracht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden binnengebracht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden binnengebracht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt binnengebracht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt binnengebracht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal binnenbrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal binnenbrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal binnenbrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal binnenbrengen | bijzin, toekomende tijd |
| zal binnengebracht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal binnengebracht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal binnengebracht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal binnengebracht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal binnengebracht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal binnengebracht zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal binnengebracht zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn binnengebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn binnengebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn binnengebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt binnengebracht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou binnenbrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou binnenbrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou binnenbrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou binnenbrengen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou binnengebracht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou binnengebracht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou binnengebracht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou binnengebracht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou binnengebracht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou binnengebracht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou binnengebracht zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou binnengebracht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou binnengebracht zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) binnenbrengen binnen zou(dt) brengen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden binnenbrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden binnenbrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden binnenbrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden binnenbrengen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden binnengebracht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden binnengebracht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden binnengebracht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden binnengebracht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden binnengebracht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden binnengebracht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden binnengebracht zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden binnengebracht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden binnengebracht zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt binnenbrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt binnenbrengen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt binnengebracht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt binnengebracht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt binnengebracht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen binnenbrengen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen binnenbrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen binnenbrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen binnenbrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen binnenbrengen | bijzin, toekomende tijd |
| zullen binnengebracht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen binnengebracht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen binnengebracht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen binnengebracht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen binnengebracht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen binnengebracht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen binnengebracht zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen binnengebracht zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen binnengebracht zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult binnenbrengen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van binnen en brengen
Woordfamilie van binnenbrengen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| binnenbracht | subordinate-clause, verleden tijd | binnenbrengen |
| binnenbrachten | subordinate-clause, verleden tijd | binnenbrengen |
| binnenbreng | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | binnenbrengen |
| binnenbrenge | with-subordinate-clause | binnenbrengen |
| binnenbrengend | onvoltooid deelwoord | binnenbrengen |
| binnenbrengende | woordvorm | binnenbrengen |
| binnenbrengt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | binnenbrengen |
| binnengebracht | voltooid deelwoord | binnenbrengen |
| binnengebrachte | woordvorm | binnenbrengen |
| bracht binnen | verleden tijd | binnenbrengen |
| brachten binnen | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | binnenbrengen |
| breng binnen | gebiedende wijs | binnenbrengen |
| brenge binnen | woordvorm | binnenbrengen |
| brengen binnen | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | binnenbrengen |
| brengt binnen | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | binnenbrengen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van binnenbrengen zijn vastgelegd.