Naar de inhoud

beminnen

amoureuze gevoelens voor iemand koesteren

beminnen

werkwoord bəˈmɪnə(n)

Betekenis

  1. amoureuze gevoelens voor iemand koesteren

Hoe spreek je beminnen uit?

/bəˈmɪnən/

Beminnen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /bəˈmɪnən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
b bak
ə de
m maan
ɪ pit
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. amoureuze gevoelens koesteren voor transitive
  2. grote waarde hechten aan figuratively, transitive
  3. geslachtsgemeenschap hebben euphemistic, transitive

Vervoeging van beminnen

beminnenhele werkwoord — bemindeverleden tijd enkelvoud — bemindenverleden tijd meervoud — bemindvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bemin beminde
jij bemint beminde
hij, zij, het bemint beminde
wij beminnen beminden
jullie beminnen beminden
zij beminnen beminden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
bemin gebiedende wijs
bemind verleden tijd, deelwoord
bemind te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bemind te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bemind te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bemind te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
bemind te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bemind worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bemind zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bemind zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bemind zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
bemind zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
beminde verleden tijd
beminne aanvoegende wijs
beminnend onvoltooid, deelwoord
ben bemind voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent bemind voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is bemind impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was bemind impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd bemind impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt bemind impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal bemind worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal bemind zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou bemind worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou bemind zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had bemind voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had bemind voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had bemind voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden bemind voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden bemind voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden bemind voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt bemind voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb bemind voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bemind actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben bemind voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bemind voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben bemind voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt bemind voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bemind voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bemind voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is bemind voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is bemind voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te beminnen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben bemind actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen beminnen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart bemind voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bemind voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren bemind voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bemind voltooid, verleden tijd, derde persoon
was bemind voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was bemind voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was bemind voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd bemind enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd bemind enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd bemind enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden bemind enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden bemind enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden bemind enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt bemind enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word bemind enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden bemind enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden bemind enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden bemind enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt bemind enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt bemind enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal bemind hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bemind hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal bemind hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bemind worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bemind worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal bemind zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bemind zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal beminnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal beminnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal beminnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn bemind voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn bemind voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn bemind voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt bemind voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou bemind hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bemind hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bemind hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bemind worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bemind worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou bemind worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bemind zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bemind zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bemind zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou beminnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou beminnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou beminnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden bemind hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bemind hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bemind hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bemind worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bemind worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bemind worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bemind zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bemind zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bemind zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden beminnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden beminnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden beminnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt bemind hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bemind worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bemind zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt beminnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen bemind hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bemind hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bemind hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bemind worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bemind worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bemind worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bemind zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bemind zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bemind zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen beminnen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen beminnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen beminnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen beminnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult bemind hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bemind worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bemind zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult beminnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van minnen ww met het voorvoegsel be-

Woordfamilie van beminnen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bemin gebiedende wijs beminnen
beminne aanvoegende wijs beminnen
beminnend onvoltooid deelwoord beminnen
beminnende woordvorm beminnen
bemint aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon beminnen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van beminnen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over beminnen

Hoe spreek je beminnen uit?
De uitspraak van beminnen is: /bəˈmɪnə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent beminnen?
Beminnen is een werkwoord. Het woord betekent: amoureuze gevoelens voor iemand koesteren. Deze pagina beschrijft 4 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je beminnen?
Je vervoegt beminnen als volgt: de tegenwoordige tijd is bemin, de verleden tijd is beminde en het voltooid deelwoord is bemind. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op beminnen?

Beminnen rijmt op 27 woorden op -innen; beginnen, binnen en winnen bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op beminnen, uitspraak bəˈmɪnən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
beginnen 3
binnen 2
winnen 2
overwinnen 4
verzinnen 3
spinnen 2
zinnen 2
gewinnen 3
pinnen 2
herbeginnen 3
minnen 2
burinnen 3
detectivegezinnen 7
gezinnen 3
heidinnen 3
herbezinnen 4
jodinnen 3
kartuizerinnen 5
kattinnen 3
luchtwaardinnen 4
muilezelinnen 5
onderwerpszinnen 6
ontwinnen 3
rinnen 2
studentinnen 4
timmermansgezinnen 6
vrijgezellinnen 5

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord beminnen is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. M 3
  4. I 1
  5. N 1
  6. N 1
  7. E 1
  8. N 1
  9. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

beminnen levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. M 3
  4. I 2
  5. N 1
  6. N 1
  7. E 1
  8. N 1
  9. 14 zonder bonus
  10. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

beminnen in het kort

beminnen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 4 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van beminnen zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort beminnen bij een woordfamilie van 5 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

beminnen: amoureuze gevoelens voor iemand koesteren
Deel beminnen — standaardnederlands.nl