Naar de inhoud

winnen

als beste partij uit een wedstrijd komen

winnen

werkwoord ˈwɪnə(n)

Betekenis

  1. als beste partij uit een wedstrijd komen
  2. iets verkrijgen voor een goede prestatie
  3. een grondstof uit de natuur halen
  4. iemand ~ voor: iemand bereid vinden zich ergens voor in te zetten
  5. opbrengen, opvoeden, verzorgen
  6. vechten tegen (iets)
  7. overwinnen

Hoe spreek je winnen uit?

/ˈwɪnən/

Winnen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈwɪnən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
w quiz
ɪ pit
n nek
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van winnen

winnenhele werkwoord — wonverleden tijd enkelvoud — wonnenverleden tijd meervoud — gewonnenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik win won
jij wint won
hij, zij, het wint won
wij winnen wonnen
jullie winnen wonnen
zij winnen wonnen
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gewonnen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gewonnen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gewonnen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gewonnen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gewonnen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gewonnen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gewonnen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gewonnen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gewonnen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gewonnen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gewonnen verleden tijd, deelwoord
gewonnen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gewonnen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gewonnen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gewonnen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gewonnen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gewonnen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gewonnen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gewonnen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gewonnen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gewonnen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gewonnen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gewonnen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gewonnen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gewonnen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gewonnen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gewonnen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gewonnen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gewonnen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gewonnen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gewonnen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gewonnen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gewonnen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gewonnen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gewonnen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gewonnen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gewonnen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gewonnen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gewonnen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te winnen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen winnen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gewonnen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gewonnen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gewonnen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gewonnen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gewonnen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gewonnen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gewonnen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gewonnen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gewonnen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gewonnen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gewonnen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gewonnen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gewonnen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gewonnen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
win gebiedende wijs
winne aanvoegende wijs
winnend onvoltooid, deelwoord
won verleden tijd
word gewonnen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gewonnen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gewonnen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gewonnen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gewonnen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gewonnen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gewonnen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gewonnen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gewonnen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gewonnen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gewonnen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gewonnen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gewonnen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal winnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal winnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal winnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gewonnen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gewonnen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gewonnen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gewonnen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gewonnen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gewonnen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gewonnen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gewonnen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gewonnen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gewonnen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gewonnen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gewonnen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gewonnen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou winnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou winnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou winnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gewonnen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gewonnen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gewonnen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gewonnen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gewonnen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gewonnen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gewonnen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gewonnen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gewonnen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden winnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden winnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden winnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gewonnen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gewonnen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gewonnen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt winnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gewonnen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gewonnen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gewonnen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gewonnen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gewonnen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gewonnen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gewonnen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gewonnen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gewonnen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen winnen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen winnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen winnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen winnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gewonnen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gewonnen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gewonnen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult winnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘overwinnaar zijn’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1350

Woordfamilie van winnen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
win gebiedende wijs winnen
winne aanvoegende wijs winnen
wint aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon winnen
wonnen aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon winnen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van winnen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over winnen

Hoe spreek ik winnen uit?
Zo spreek je winnen uit: /ˈwɪnə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van winnen?
Winnen is een werkwoord. De betekenis is: als beste partij uit een wedstrijd komen. In totaal staan er 7 betekenissen.
Hoe vervoeg ik winnen?
Zo vervoeg je winnen zo: de tegenwoordige tijd is win, de verleden tijd is won en het voltooid deelwoord is gewonnen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spreekwoorden en gezegden met winnen

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op winnen?

Op winnen rijmen 27 woorden, onder andere beginnen, binnen en beminnen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op winnen, uitspraak ˈwɪnən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
beginnen 3
binnen 2
beminnen 3
overwinnen 4
verzinnen 3
spinnen 2
zinnen 2
gewinnen 3
pinnen 2
herbeginnen 3
minnen 2
burinnen 3
detectivegezinnen 7
gezinnen 3
heidinnen 3
herbezinnen 4
jodinnen 3
kartuizerinnen 5
kattinnen 3
luchtwaardinnen 4
muilezelinnen 5
onderwerpszinnen 6
ontwinnen 3
rinnen 2
studentinnen 4
timmermansgezinnen 6
vrijgezellinnen 5

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord winnen is 10 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. W 5
  2. I 1
  3. N 1
  4. N 1
  5. E 1
  6. N 1
  7. 10 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

winnen levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 63 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. W 5
  2. I 2
  3. N 1
  4. N 1
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 zonder bonus
  8. 63 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

winnen telt 6 letters, waarvan 4 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

winnen in het kort

winnen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 7 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van winnen staan er 76 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort winnen bij een woordfamilie van 4 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

winnen: als beste partij uit een wedstrijd komen
Deel winnen — standaardnederlands.nl