Naar de inhoud

pinnen

het opnemen van geld bij een daartoe bedoeld apparaat

pinnen is meer dan één woord

pinnen

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈpɪnə(n)

Betekenis

  1. het opnemen van geld bij een daartoe bedoeld apparaat
  2. het elektronisch betalen met een pinpas
  3. met een pin bevestigen

Hoe spreek je pinnen uit?

/ˈpɪnən/

Pinnen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈpɪnən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
p pak
ɪ pit
n nek
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van pinnen

pinnenhele werkwoord — pindeverleden tijd enkelvoud — pindenverleden tijd meervoud — gepindvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik pin pinde
jij pint pinde
hij, zij, het pint pinde
wij pinnen pinden
jullie pinnen pinden
zij pinnen pinden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gepind verleden tijd, deelwoord
gepind te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepind zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gepind voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gepind voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gepind voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gepind voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gepind voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gepind voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gepind voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gepind voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gepind actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gepind voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gepind voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gepind voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gepind voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gepind voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gepind voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
pin gebiedende wijs
pinde verleden tijd
pinne aanvoegende wijs
pinnend onvoltooid, deelwoord
te hebben gepind actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te pinnen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen pinnen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gepind hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepind hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gepind hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal pinnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal pinnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal pinnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gepind hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepind hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepind hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou pinnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou pinnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou pinnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gepind hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gepind hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gepind hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden pinnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden pinnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden pinnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gepind hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt pinnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gepind hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gepind hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gepind hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen pinnen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen pinnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen pinnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen pinnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gepind hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult pinnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord pin

Herkomst

In de betekenis van ‘geld uit een automaat halen’ voor het eerst aangetroffen in 1991

Woordfamilie van pinnen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gepind voltooid deelwoord pinnen
gepinde woordvorm pinnen
pinde verleden tijd pinnen
pinden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon pinnen
pinne aanvoegende wijs pinnen
pinnend onvoltooid deelwoord pinnen
pinnende woordvorm pinnen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pinnen zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over pinnen

Hoe spreek je pinnen uit?
De uitspraak van pinnen is: /ˈpɪnə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent pinnen?
Pinnen is een werkwoord. Het woord betekent: het opnemen van geld bij een daartoe bedoeld apparaat. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je pinnen?
Je vervoegt pinnen als volgt: de tegenwoordige tijd is pin, de verleden tijd is pinde en het voltooid deelwoord is gepind. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op pinnen?

Op pinnen rijmen 27 woorden, onder andere beginnen, binnen en winnen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op pinnen, uitspraak ˈpɪnən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
beginnen 3
binnen 2
winnen 2
beminnen 3
overwinnen 4
verzinnen 3
spinnen 2
zinnen 2
gewinnen 3
herbeginnen 3
minnen 2
burinnen 3
detectivegezinnen 7
gezinnen 3
heidinnen 3
herbezinnen 4
jodinnen 3
kartuizerinnen 5
kattinnen 3
luchtwaardinnen 4
muilezelinnen 5
onderwerpszinnen 6
ontwinnen 3
rinnen 2
studentinnen 4
timmermansgezinnen 6
vrijgezellinnen 5

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord pinnen is 8 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. P 3
  2. I 1
  3. N 1
  4. N 1
  5. E 1
  6. N 1
  7. 8 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

pinnen levert met Wordfeud minimaal 10 en maximaal 54 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. P 4
  2. I 2
  3. N 1
  4. N 1
  5. E 1
  6. N 1
  7. 10 zonder bonus
  8. 54 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

pinnen telt 6 letters, waarvan 4 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

pinnen in het kort

pinnen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van pinnen zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort pinnen bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

pinnen: het opnemen van geld bij een daartoe bedoeld apparaat
Deel pinnen — standaardnederlands.nl