Naar de inhoud

herbeginnen

~ met: opnieuw met iets beginnen

herbeginnen

werkwoord /ˈɦɛrbɘˌxɪnən/

Betekenis

  1. ~ met: opnieuw met iets beginnen

Hoe spreek je herbeginnen uit?

/ˈhɛrbɘˌxɪnən/

Herbeginnen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈhɛrbɘˌxɪnən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
h hoed
ɛ bed
r rood
b bak
x acht
ɪ pit
n nek
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint
ˌ een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon

Vervoeging van herbeginnen

herbeginnenhele werkwoord — herbegonverleden tijd enkelvoud — herbegonnenverleden tijd meervoud — herbegonnenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik herbegin herbegon
jij herbegint herbegon
hij, zij, het herbegint herbegon
wij herbeginnen herbegonnen
jullie herbeginnen herbegonnen
zij herbeginnen herbegonnen
Alle 64 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben herbegonnen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent herbegonnen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is herbegonnen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was herbegonnen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd herbegonnen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt herbegonnen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal herbegonnen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal herbegonnen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou herbegonnen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou herbegonnen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
herbegin gebiedende wijs
herbeginne aanvoegende wijs
herbeginnend onvoltooid, deelwoord
herbegon verleden tijd
herbegonnen verleden tijd, deelwoord
herbegonnen te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
herbegonnen zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
is herbegonnen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is herbegonnen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te herbeginnen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zijn herbegonnen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen herbeginnen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart herbegonnen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren herbegonnen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren herbegonnen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren herbegonnen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was herbegonnen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was herbegonnen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was herbegonnen voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal herbeginnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal herbeginnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal herbeginnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal herbegonnen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal herbegonnen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal herbegonnen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn herbegonnen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn herbegonnen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn herbegonnen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn herbegonnen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt herbegonnen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou herbeginnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou herbeginnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou herbeginnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou herbegonnen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou herbegonnen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou herbegonnen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden herbeginnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden herbeginnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden herbeginnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden herbegonnen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden herbegonnen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden herbegonnen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt herbeginnen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt herbegonnen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen herbeginnen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen herbeginnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen herbeginnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen herbeginnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen herbegonnen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen herbegonnen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen herbegonnen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult herbeginnen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult herbegonnen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van beginnen met het voorvoegsel her-

Woordfamilie van herbeginnen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
herbegin gebiedende wijs herbeginnen
herbeginne aanvoegende wijs herbeginnen
herbeginnend onvoltooid deelwoord herbeginnen
herbeginnende woordvorm herbeginnen
herbegint aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon herbeginnen
herbegon verleden tijd herbeginnen
herbegonnen voltooid deelwoord herbeginnen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van herbeginnen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over herbeginnen

Hoe spreek je herbeginnen uit?
De uitspraak van herbeginnen is: /ˈɦɛrbɘˌxɪnən/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent herbeginnen?
Herbeginnen is een werkwoord. Het woord betekent: ~ met: opnieuw met iets beginnen.
Hoe vervoeg je herbeginnen?
Je vervoegt herbeginnen als volgt: de tegenwoordige tijd is herbegin, de verleden tijd is herbegon en het voltooid deelwoord is herbegonnen. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op herbeginnen?

Er staan 27 woorden in dit woordenboek die op herbeginnen rijmen, waaronder beginnen, binnen en winnen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op herbeginnen, uitspraak ˈhɛrbɘˌxɪnən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
beginnen 3
binnen 2
winnen 2
beminnen 3
overwinnen 4
verzinnen 3
spinnen 2
zinnen 2
gewinnen 3
pinnen 2
minnen 2
burinnen 3
detectivegezinnen 7
gezinnen 3
heidinnen 3
herbezinnen 4
jodinnen 3
kartuizerinnen 5
kattinnen 3
luchtwaardinnen 4
muilezelinnen 5
onderwerpszinnen 6
ontwinnen 3
rinnen 2
studentinnen 4
timmermansgezinnen 6
vrijgezellinnen 5

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord herbeginnen is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. H 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. B 3
  5. E 1
  6. G 3
  7. I 1
  8. N 1
  9. N 1
  10. E 1
  11. N 1
  12. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

herbeginnen levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. H 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. B 4
  5. E 1
  6. G 3
  7. I 2
  8. N 1
  9. N 1
  10. E 1
  11. N 1
  12. 21 zonder bonus
  13. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (H) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

herbeginnen in het kort

herbeginnen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van herbeginnen zijn 41 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort herbeginnen bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

herbeginnen: ~ met: opnieuw met iets beginnen
Deel herbeginnen — standaardnederlands.nl