binnenhouden
werkwoordBetekenis
- niet uitbraken
- niet naar buiten gaan
werkwoord
- ervoor zorgen dat iemand of iets niet naar buiten gaat
Vervoeging van binnenhouden
binnenhoudenhele werkwoord — hield binnenverleden tijd enkelvoud — hielden binnenverleden tijd meervoud — binnengehoudenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | hou binnen | hield binnen |
| jij | houdt binnen | hield binnen |
| hij, zij, het | houdt binnen | hield binnen |
| wij | houden binnen | hielden binnen |
| jullie | houden binnen | hielden binnen |
| zij | houden binnen | hielden binnen |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben binnengehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent binnengehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| binnen te houden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| binnen te zullen houden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| binnen zal houden | bijzin, toekomende tijd |
| binnen zou houden | bijzin, voorwaardelijk |
| binnen zouden houden | bijzin, voorwaardelijk |
| binnen zoudt houden | bijzin, voorwaardelijk |
| binnen zullen houden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| binnen zullen houden | bijzin, toekomende tijd |
| binnen zult houden | bijzin, toekomende tijd |
| binnengehouden | verleden tijd, deelwoord |
| binnengehouden te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| binnengehouden te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| binnengehouden te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| binnengehouden te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| binnengehouden te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| binnengehouden worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| binnengehouden zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| binnengehouden zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| binnengehouden zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| binnengehouden zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| binnenhield | bijzin, verleden tijd |
| binnenhielden | bijzin, verleden tijd |
| binnenhou | bijzin, tegenwoordige tijd |
| binnenhoud | bijzin, tegenwoordige tijd |
| binnenhoudend | onvoltooid, deelwoord |
| binnenhoudt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| er is binnengehouden | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was binnengehouden | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd binnengehouden | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt binnengehouden | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal binnengehouden worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal binnengehouden zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou binnengehouden worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou binnengehouden zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. hou binnen/ houd binnen | gebiedende wijs |
| had binnengehouden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had binnengehouden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had binnengehouden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden binnengehouden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden binnengehouden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden binnengehouden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt binnengehouden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb binnengehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben binnengehouden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben binnengehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben binnengehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben binnengehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt binnengehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft binnengehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft binnengehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hield binnen | verleden tijd |
| is binnengehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is binnengehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben binnengehouden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen binnenhouden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart binnengehouden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren binnengehouden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren binnengehouden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren binnengehouden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was binnengehouden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was binnengehouden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was binnengehouden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd binnengehouden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd binnengehouden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd binnengehouden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden binnengehouden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden binnengehouden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden binnengehouden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt binnengehouden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word binnengehouden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden binnengehouden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden binnengehouden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden binnengehouden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt binnengehouden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt binnengehouden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal binnengehouden hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal binnengehouden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal binnengehouden hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal binnengehouden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal binnengehouden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal binnengehouden zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal binnengehouden zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal binnenhouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal binnenhouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal binnenhouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal binnenhouden | bijzin, toekomende tijd |
| zijn binnengehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn binnengehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn binnengehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt binnengehouden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou binnengehouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou binnengehouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou binnengehouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou binnengehouden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou binnengehouden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou binnengehouden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou binnengehouden zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou binnengehouden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou binnengehouden zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou binnenhouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou binnenhouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou binnenhouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou binnenhouden | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) binnenhouden binnen zou(dt) houden | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden binnengehouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden binnengehouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden binnengehouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden binnengehouden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden binnengehouden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden binnengehouden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden binnengehouden zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden binnengehouden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden binnengehouden zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden binnenhouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden binnenhouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden binnenhouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden binnenhouden | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt binnengehouden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt binnengehouden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt binnengehouden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt binnenhouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt binnenhouden | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen binnengehouden hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen binnengehouden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen binnengehouden hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen binnengehouden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen binnengehouden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen binnengehouden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen binnengehouden zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen binnengehouden zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen binnengehouden zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen binnenhouden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen binnenhouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen binnenhouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen binnenhouden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen binnenhouden | bijzin, toekomende tijd |
| zult binnengehouden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van binnen en houden
Woordfamilie van binnenhouden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| binnengehouden | voltooid deelwoord | binnenhouden |
| binnenhield | subordinate-clause, verleden tijd | binnenhouden |
| binnenhielden | subordinate-clause, verleden tijd | binnenhouden |
| binnenhou | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | binnenhouden |
| binnenhoud | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | binnenhouden |
| binnenhoude | with-subordinate-clause | binnenhouden |
| binnenhoudend | onvoltooid deelwoord | binnenhouden |
| binnenhoudende | woordvorm | binnenhouden |
| binnenhoudt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | binnenhouden |
| hield binnen | verleden tijd | binnenhouden |
| hielden binnen | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | binnenhouden |
| hou binnen | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 1e persoon | binnenhouden |
| houd binnen | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 1e persoon | binnenhouden |
| houde binnen | woordvorm | binnenhouden |
| houden binnen | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | binnenhouden |
| houdt binnen | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | binnenhouden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van binnenhouden zijn vastgelegd.