binnenbocht
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de binnenzijde van een bocht waar de bocht het kortse maar ook het scherpste is
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| binnenbochten | meervoud |
| binnenbochtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| binnenbochtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van binnen en bocht
Woordfamilie van binnenbocht
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| binnenbochten | meervoud | binnenbocht |
| binnenbochtje | verkleinwoord | binnenbocht |
| binnenbochtjes | verkleinwoord meervoud | binnenbocht |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van binnenbocht zijn vastgelegd.