verzinnen
werkwoord vərˈzɪnə(n)Betekenis
- bedenken van een fictief iets
Hoe spreek je verzinnen uit?
/vərˈzɪnən/
Verzinnen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| z | zon |
| ɪ | pit |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van verzinnen
verzinnenhele werkwoord — verzonverleden tijd enkelvoud — verzonnenverleden tijd meervoud — verzonnenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verzin | verzon |
| jij | verzint | verzon |
| hij, zij, het | verzint | verzon |
| wij | verzinnen | verzonnen |
| jullie | verzinnen | verzonnen |
| zij | verzinnen | verzonnen |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verzonnen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verzonnen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verzonnen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verzonnen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verzonnen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verzonnen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verzonnen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verzonnen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verzonnen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verzonnen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verzonnen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verzonnen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verzonnen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verzonnen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verzonnen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verzonnen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verzonnen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verzonnen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verzonnen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verzonnen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verzonnen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verzonnen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verzonnen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verzonnen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verzonnen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verzonnen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verzonnen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verzonnen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verzinnen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verzinnen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verzin | gebiedende wijs |
| verzinne | aanvoegende wijs |
| verzinnend | onvoltooid, deelwoord |
| verzon | verleden tijd |
| verzonnen | verleden tijd, deelwoord |
| verzonnen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verzonnen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verzonnen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verzonnen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verzonnen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verzonnen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verzonnen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verzonnen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verzonnen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verzonnen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| waart verzonnen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verzonnen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verzonnen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verzonnen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verzonnen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verzonnen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verzonnen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verzonnen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verzonnen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verzonnen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verzonnen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verzonnen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verzonnen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verzonnen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verzonnen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verzonnen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verzonnen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verzonnen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verzonnen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verzonnen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal verzinnen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verzinnen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verzinnen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal verzonnen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verzonnen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verzonnen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verzonnen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verzonnen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verzonnen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verzonnen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn verzonnen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verzonnen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verzonnen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verzonnen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verzinnen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verzinnen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verzinnen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou verzonnen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verzonnen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verzonnen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verzonnen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verzonnen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verzonnen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verzonnen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verzonnen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verzonnen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verzinnen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verzinnen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verzinnen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden verzonnen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verzonnen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verzonnen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verzonnen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verzonnen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verzonnen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verzonnen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verzonnen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verzonnen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt verzinnen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt verzonnen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verzonnen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verzonnen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen verzinnen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verzinnen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verzinnen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verzinnen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen verzonnen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verzonnen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verzonnen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verzonnen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verzonnen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verzonnen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verzonnen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verzonnen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verzonnen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult verzinnen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult verzonnen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verzonnen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verzonnen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van zinnen met het voorvoegsel ver- of afgeleid van zin met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van verzinnen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verzin | gebiedende wijs | verzinnen |
| verzinne | aanvoegende wijs | verzinnen |
| verzinnend | onvoltooid deelwoord | verzinnen |
| verzinnende | woordvorm | verzinnen |
| verzint | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verzinnen |
| verzon | verleden tijd | verzinnen |
| verzonnen | voltooid deelwoord | verzinnen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verzinnen zijn vastgelegd.