binnenhuis
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het binnenste van een huis
- schildering van het interieur van een huis, van een huiselijk tafereel
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| binnenhuisje | verkleinwoord, enkelvoud |
| binnenhuisjes | verkleinwoord, meervoud |
| binnenhuizen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van binnen en huis
Woordfamilie van binnenhuis
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| binnenhuisje | verkleinwoord | binnenhuis |
| binnenhuisjes | verkleinwoord meervoud | binnenhuis |
| binnenhuizen | meervoud | binnenhuis |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van binnenhuis zijn vastgelegd.