baljurk
zelfstandig naamwoord 'bɑljʏrkBetekenis
- feestelijke jurk met een nauwsluitend lijfje, die vanaf de taille wijd uitloopt (meest formele vorm van kleding voor vrouwen)
Hoe spreek je baljurk uit?
/ˈbɑljʏrk/
Baljurk bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɑ | bad |
| l | land |
| j | ja |
| ʏ | put |
| r | rood |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- een feestelijke jurk met een nauwsluitend lijfje, die vanaf de taille wijd uitloopt (meest formele vorm van kleding voor vrouwen)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| baljurken | meervoud |
| baljurkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| baljurkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van bal en jurk
Woordfamilie van baljurk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| baljurken | meervoud | baljurk |
| baljurkje | verkleinwoord | baljurk |
| baljurkjes | verkleinwoord meervoud | baljurk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van baljurk zijn vastgelegd.