Naar de inhoud

afleveren

brengen naar en achterlaten op de plek van bestemming

afleveren

werkwoord ˈɑflevərə(n)

Betekenis

  1. brengen naar en achterlaten op de plek van bestemming

Hoe spreek je afleveren uit?

/ˈɑflevərən/

Afleveren bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɑflevərən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɑ bad
f fiets
l land
e veel
v vis
ə de
r rood
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van afleveren

afleverenhele werkwoord — leverde afverleden tijd enkelvoud — leverden afverleden tijd meervoud — afgeleverdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik lever af leverde af
jij levert af leverde af
hij, zij, het levert af leverde af
wij leveren af leverden af
jullie leveren af leverden af
zij leveren af leverden af
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
af te leveren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
af te zullen leveren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
af zal leveren bijzin, toekomende tijd
af zou leveren bijzin, voorwaardelijk
af zouden leveren bijzin, voorwaardelijk
af zoudt leveren bijzin, voorwaardelijk
af zullen leveren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
af zullen leveren bijzin, toekomende tijd
af zult leveren bijzin, toekomende tijd
afgeleverd verleden tijd, deelwoord
afgeleverd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
afgeleverd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
afgeleverd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgeleverd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgeleverd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgeleverd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
afgeleverd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
afgeleverd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
afgeleverd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
afgeleverd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aflever bijzin, tegenwoordige tijd
afleverde bijzin, verleden tijd
afleverden bijzin, verleden tijd
afleverend onvoltooid, deelwoord
aflevert bijzin, tegenwoordige tijd
ben afgeleverd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent afgeleverd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is afgeleverd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was afgeleverd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd afgeleverd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt afgeleverd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal afgeleverd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal afgeleverd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou afgeleverd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou afgeleverd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had afgeleverd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had afgeleverd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had afgeleverd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden afgeleverd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden afgeleverd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden afgeleverd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt afgeleverd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb afgeleverd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben afgeleverd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben afgeleverd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben afgeleverd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben afgeleverd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt afgeleverd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft afgeleverd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft afgeleverd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is afgeleverd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is afgeleverd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
lever af gebiedende wijs
leverde af verleden tijd
te hebben afgeleverd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen afleveren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart afgeleverd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren afgeleverd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren afgeleverd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren afgeleverd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was afgeleverd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was afgeleverd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was afgeleverd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd afgeleverd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd afgeleverd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd afgeleverd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden afgeleverd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden afgeleverd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden afgeleverd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt afgeleverd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word afgeleverd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden afgeleverd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden afgeleverd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden afgeleverd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt afgeleverd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt afgeleverd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal afgeleverd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgeleverd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal afgeleverd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal afgeleverd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgeleverd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal afgeleverd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgeleverd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal afleveren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal afleveren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal afleveren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal afleveren bijzin, toekomende tijd
zijn afgeleverd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn afgeleverd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn afgeleverd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt afgeleverd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou afgeleverd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgeleverd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgeleverd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou afgeleverd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgeleverd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou afgeleverd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgeleverd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgeleverd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgeleverd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou afleveren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou afleveren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou afleveren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou afleveren bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) afleveren af zou(dt) leveren bijzin, voorwaardelijk
zouden afgeleverd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden afgeleverd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden afgeleverd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afgeleverd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden afgeleverd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden afgeleverd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afgeleverd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden afgeleverd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden afgeleverd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afleveren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden afleveren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden afleveren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden afleveren bijzin, voorwaardelijk
zoudt afgeleverd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afgeleverd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afgeleverd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afleveren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt afleveren bijzin, voorwaardelijk
zullen afgeleverd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen afgeleverd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen afgeleverd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afgeleverd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen afgeleverd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen afgeleverd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afgeleverd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen afgeleverd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen afgeleverd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afleveren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen afleveren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen afleveren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen afleveren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen afleveren bijzin, toekomende tijd
zult afgeleverd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van af bw en leveren ww

Woordfamilie van afleveren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
afgeleverd voltooid deelwoord afleveren
afgeleverde woordvorm afleveren
aflever subordinate-clause, tegenwoordige tijd afleveren
afleverde subordinate-clause, verleden tijd afleveren
afleverden subordinate-clause, verleden tijd afleveren
aflevere with-subordinate-clause afleveren
afleverend onvoltooid deelwoord afleveren
afleverende woordvorm afleveren
aflevert subordinate-clause, tegenwoordige tijd afleveren
lever af gebiedende wijs afleveren
leverde af verleden tijd afleveren
leverden af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon afleveren
levere af woordvorm afleveren
leveren af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon afleveren
levert af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon afleveren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afleveren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over afleveren

Hoe spreek je afleveren uit?
De uitspraak van afleveren is: /ˈɑflevərə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent afleveren?
Afleveren is een werkwoord. Het woord betekent: brengen naar en achterlaten op de plek van bestemming.
Hoe vervoeg je afleveren?
Je vervoegt afleveren als volgt: het voltooid deelwoord is afgeleverd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord afleveren is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. F 4
  3. L 3
  4. E 1
  5. V 4
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

afleveren levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. F 4
  3. L 3
  4. E 1
  5. V 4
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 zonder bonus
  11. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (F) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

afleveren in het kort

afleveren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van afleveren zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort afleveren bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

afleveren: brengen naar en achterlaten op de plek van bestemming
Deel afleveren — standaardnederlands.nl