Naar de inhoud

Bedrijvende en lijdende vorm: uitleg met voorbeelden

In de bedrijvende vorm doet het onderwerp zelf iets, in de lijdende vorm ondergaat het onderwerp de handeling. Op deze pagina leggen we het verschil uit, laten we zien hoe je een zin omzet van de ene vorm naar de andere en bespreken we wanneer de lijdende vorm handig is en wanneer niet.

Door

Het verschil tussen bedrijvend en lijdend

Een zin kan op twee manieren verteld worden. In de bedrijvende vorm voert het onderwerp de handeling uit: De hond bijt de man. De hond doet iets. In de lijdende vorm ondergaat het onderwerp de handeling: De man wordt door de hond gebeten. Nu is de man het onderwerp, maar hij doet niets; hij ondergaat de handeling.

Je maakt een lijdende zin zo:

  • Het lijdend voorwerp van de bedrijvende zin wordt het onderwerp.
  • Het onderwerp van de bedrijvende zin verdwijnt of komt terug als door-bepaling.
  • Het werkwoord wordt worden (of zijn) plus een voltooid deelwoord.

Bij de tegenwoordige tijd gebruik je wordt of worden: De brief wordt verstuurd. In de verleden tijd gebruik je werd of werden: De brief werd verstuurd. In de voltooide tijd gebruik je is of zijn: De brief is verstuurd.

Het voltooid deelwoord geeft steeds de handeling zelf aan: in De brief wordt verstuurd is dat verstuurd. Het hulpwerkwoord wordt laat zien dat het om een lijdende zin gaat en geeft ook de tijd aan.

De door-bepaling noemt de dader. Je mag die weglaten, en dat gebeurt vaak: De brief wordt verstuurd. Je weet dan niet wie het doet, of het doet er niet toe.

Let op: worden is niet altijd een teken van de lijdende vorm. In Hij wordt leraar is worden een koppelwerkwoord, en de zin is bedrijvend.

Voorbeelden van bedrijvende en lijdende zinnen

Hieronder staan paren zinnen. Eerst de bedrijvende zin, dan de lijdende zin met dezelfde betekenis.

  • De bakker bakt het brood. – Het brood wordt door de bakker gebakken. Het lijdend voorwerp het brood is in de tweede zin het onderwerp geworden.
  • De leraar kijkt de toetsen na. – De toetsen worden nagekeken. De dader is weggelaten, want het doet er niet toe wie het doet.
  • De gemeente heeft de weg afgesloten. – De weg is afgesloten door de gemeente. In de voltooide tijd gebruik je is in plaats van wordt.
  • Iemand heeft mijn fiets gestolen. – Mijn fiets is gestolen. De dader is onbekend, dus de lijdende vorm is hier handig.
  • Het bedrijf verstuurde de pakketten. – De pakketten werden verstuurd. De verleden tijd gebruikt werden.
  • Ze repareren de lift morgen. – De lift wordt morgen gerepareerd. Ook met een woord als morgen gebruik je gewoon wordt voor de tegenwoordige tijd.
  • De kinderen schilderen de muur. – De muur wordt door de kinderen geschilderd. Het onderwerp de muur is enkelvoud, dus je gebruikt wordt.
  • Men danst hier elke vrijdag. – Er wordt hier elke vrijdag gedanst. Een werkwoord zonder lijdend voorwerp kan ook lijdend worden, met er als voorlopig onderwerp.

In elke lijdende zin staat een vorm van worden of zijn met een voltooid deelwoord. Dat is het kenmerk waarop je let.

Wanneer gebruik je de lijdende vorm?

De bedrijvende vorm is meestal duidelijker en directer. Toch is de lijdende vorm in sommige situaties een goede keuze.

  • De dader is onbekend of onbelangrijk. Mijn tas is gestolen zegt wat er gebeurd is, ook al weet je niet wie het deed.
  • Je wilt de nadruk op de ontvanger leggen. De patiënt wordt morgen geopereerd gaat over de patiënt, niet over de arts.
  • De tekst is zakelijk of beschrijvend. In handleidingen, recepten en nieuwsberichten zie je veel lijdende zinnen: De melk wordt langzaam verwarmd.

Gebruik de lijdende vorm niet te vaak. Een tekst met veel lijdende zinnen leest al snel stijf en onpersoonlijk. Vergelijk Het formulier moet worden ingevuld met U vult het formulier in. De tweede zin is direct en laat zien wie iets moet doen.

Let ook op dubbelzinnigheid. De deur is gesloten kan betekenen dat iemand de deur sloot, maar ook dat de deur dicht is. De lijdende vorm gebruikt dan wordt voor de handeling zelf: De deur wordt gesloten.

Wil je weten of een zin lijdend is? Probeer hem om te zetten naar een bedrijvende zin met een onderwerp. Staat er een duidelijke dader in de buurt, dan is de bedrijvende vorm vaak de betere keuze.

Veelgestelde vragen

Hoe herken ik de lijdende vorm in een zin?

Zoek naar een vorm van worden of zijn samen met een voltooid deelwoord, zoals wordt gebeten of is gebeten. Zet de zin daarna om naar een bedrijvende zin. Lukt dat met een onderwerp dat de handeling uitvoert, zoals de hond in De hond bijt de man, dan was de zin lijdend. Staat er een door-bepaling in, dan is het meteen duidelijk. Let wel op koppelwerkwoorden, zoals Hij wordt boos.

Moet ik altijd een door-bepaling bij de lijdende vorm zetten?

Nee, dat hoeft niet. De dader mag in de lijdende vorm gewoon wegblijven. Dat is zelfs een van de redenen om de lijdende vorm te gebruiken. In De brief is verstuurd hoef je niet te zeggen door wie. Zet je de dader er wel bij, dan gebruik je meestal door. Een zin als De brief is door de directeur verstuurd is dus ook correct.

Is de lijdende vorm fout of slecht Nederlands?

Nee, de lijdende vorm is niet fout. Hij hoort gewoon bij de Nederlandse grammatica. Veel schrijfadvies raadt wel aan om hem spaarzaam te gebruiken, omdat zinnen er langer en stijver van worden. In sommige teksten is hij juist gewenst, bijvoorbeeld in wetenschappelijke en technische teksten. Het gaat er dus om dat je de vorm bewust kiest en niet bij elke zin.