Spelling en schrijfregels in het Nederlands
Uitleg over spelling en schrijfregels in het Nederlands: leestekens, de d, t en dt, samenstellingen en de klinkers. Elke regel krijgt een eigen pagina met voorbeelden.
20 onderwerpen
Aanhalingstekens
Wanneer gebruik je aanhalingstekens? Lees de regels voor directe rede, citaten, titels en woorden in een andere betekenis, met voorbeelden en leestekens.
Accentteken
Wanneer gebruik je een accentteken? Leer het verschil tussen het accent aigu, grave en circonflexe, en wanneer ze nodig zijn in woorden als café, één en crème.
Apostrof
Wanneer gebruik je een apostrof? Lees de regels voor meervoud, bezit, weglating en afkortingen, met duidelijke voorbeelden zoals foto’s en Lisa’s fiets.
Au of ou
Wanneer schrijf je woorden met au of ou? Leer de hoofdregel, de vaste groep woorden op -auw en de leenwoorden met au, met duidelijke voorbeelden.
D, t of dt
Leer wanneer je een d, t of dt schrijft. Met de stam, ’t kofschip en voorbeelden zie je hoe je de uitgang van een werkwoord altijd goed spelt.
Dubbele punt
Wanneer gebruik je een dubbele punt? Lees hoe je het teken zet bij opsommingen, aanhalingen en uitleg, en wanneer er een hoofdletter achter hoort.
Ei of ij
Wanneer schrijf je woorden met ei of ij? Leer de betrouwbare patronen bij -lijk, -heid en -ij, en hoe woordfamilies en werkwoorden je helpen bij twijfel.
Engelse leenwoorden
Hoe werkt de spelling van Engelse leenwoorden? Leer wanneer woorden als weekend en laptop Engels blijven en hoe je samenstellingen schrijft.
Engelse woorden
Wanneer schrijf je Engelse woorden met een Nederlandse uitgang? Leer hoe je gedownload, gechat en hobby’s schrijft met de regels voor werkwoorden en meervoud.
Hoofdletter
Wanneer schrijf je een woord met een hoofdletter? Lees de regels voor zinsbegin, eigennamen, talen en plaatsnamen, en wanneer je een kleine letter gebruikt.
Komma
Wanneer gebruik je een komma? Lees de regels voor opsommingen, bijzinnen, aanspreking en bijstelling, en leer ook waar je geen komma hoeft te zetten.
Koppelteken
Wanneer gebruik je een koppelteken in een samenstelling? Lees de regels voor botsende klinkers, cijfers, afkortingen, namen en weglating, met voorbeelden.
Korte en lange klinkers
Wanneer gebruik je korte en lange klinkers? Leer de regels voor een- of dubbel schrijven, open en gesloten lettergrepen en de uitzonderingen als stad en dak.
Meervoud vormen
Hoe vorm je het meervoud van Nederlandse woorden? Leer wanneer je -en, -s of ’s schrijft, hoe de spelling verandert en welke uitzonderingen je moet kennen.
Puntkomma
Wanneer gebruik je een puntkomma? Lees hoe je het teken zet tussen hoofdzinnen en in opsommingen, en waarom je soms beter een punt of komma kiest.
Samenstelling aan elkaar
Wanneer schrijf je een samenstelling aan elkaar? Lees de hoofdregel, de uitzonderingen en veelgemaakte fouten, met voorbeelden zoals fietsband en tomatensoep.
Trema
Wanneer gebruik je een trema? Leer in welke woorden twee puntjes op een klinker staan, hoe het verschilt van een koppelteken en welke fouten je vermijdt.
Tussen-n
Wanneer schrijf je een tussen-n in een samengesteld woord? Lees de regel, de uitzonderingen en voorbeelden zoals boekenkast, huizenmarkt en schoolbus.
Tussen-s
Wanneer schrijf je een tussen-s? Lees welke patronen er zijn voor woorden als gebruiksaanwijzing en schoonheidssalon, en waarom je soms moet opzoeken.
Verkleinwoorden
Hoe vorm je verkleinwoorden in het Nederlands? Leer wanneer je -je, -tje, -pje, -etje of -kje schrijft, met duidelijke regels en voorbeelden.