praatpaal
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een telefoonpaal langs de snelweg waar men de wegenwacht kan bellen bij pech
- een intercompost waar men met het personeel van de brug op afstand mee contact kan maken
- een telefoonpaal waar men met de politie kan bellen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| praatpaaltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| praatpaaltjes | verkleinwoord, meervoud |
| praatpalen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van praat ww en paal zn
Woordfamilie van praatpaal
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| praatpaaltje | verkleinwoord | praatpaal |
| praatpaaltjes | verkleinwoord meervoud | praatpaal |
| praatpalen | meervoud | praatpaal |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van praatpaal zijn vastgelegd.