Naar de inhoud

ontsmetten

kleine organismen zoals bacteriën gericht doden

ontsmetten

werkwoord ɔntˈsmɛtə(n)

Betekenis

  1. kleine organismen zoals bacteriën gericht doden
  2. besmetting met chemicaliën of radioactieve stoffen ongedaan maken, van smetstoffen ontdoen

Hoe spreek je ontsmetten uit?

/ɔntˈsmɛtən/

Ontsmetten bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /ɔntˈsmɛtən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɔ bot
n nek
t tak
s sok
m maan
ɛ bed
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van ontsmetten

ontsmettenhele werkwoord — ontsmetteverleden tijd enkelvoud — ontsmetvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ontsmet ontsmette
jij ontsmet ontsmette
hij, zij, het ontsmet ontsmette
wij ontsmetten —
jullie ontsmetten —
zij ontsmetten —
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ontsmet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ontsmet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ontsmet impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ontsmet impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ontsmet impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ontsmet impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ontsmet worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ontsmet zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ontsmet worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ontsmet zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ontsmet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ontsmet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ontsmet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ontsmet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ontsmet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ontsmet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ontsmet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ontsmet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontsmet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ontsmet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontsmet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ontsmet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ontsmet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontsmet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontsmet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is ontsmet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ontsmet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
ontsmet gebiedende wijs
ontsmet verleden tijd, deelwoord
ontsmet te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ontsmet te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ontsmet te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontsmet te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontsmet te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontsmet worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ontsmet zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ontsmet zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontsmet zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontsmet zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontsmette verleden tijd
ontsmette aanvoegende wijs
ontsmettend onvoltooid, deelwoord
te hebben ontsmet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te ontsmetten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ontsmetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ontsmet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ontsmet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ontsmet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ontsmet voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ontsmet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ontsmet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ontsmet voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ontsmet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ontsmet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ontsmet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ontsmet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ontsmet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ontsmet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ontsmet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ontsmet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ontsmet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ontsmet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ontsmet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ontsmet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ontsmet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal ontsmet hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontsmet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ontsmet hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ontsmet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontsmet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ontsmet zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontsmet zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ontsmetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ontsmetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal ontsmetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn ontsmet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ontsmet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ontsmet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ontsmet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ontsmet hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontsmet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontsmet hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ontsmet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontsmet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ontsmet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontsmet zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontsmet zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontsmet zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ontsmetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou ontsmetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou ontsmetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden ontsmet hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ontsmet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ontsmet hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontsmet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ontsmet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ontsmet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontsmet zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ontsmet zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ontsmet zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontsmetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ontsmetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ontsmetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt ontsmet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontsmet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontsmet zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontsmetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen ontsmet hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ontsmet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ontsmet hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontsmet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ontsmet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ontsmet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontsmet zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ontsmet zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ontsmet zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontsmetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen ontsmetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ontsmetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ontsmetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult ontsmet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ontsmet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ontsmet zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ontsmetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van ontsmetten

Vervoeging van ontsmetten

ontsmettenhele werkwoord — ontsmetteverleden tijd enkelvoud — ontsmetvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ontsmet ontsmette
jij ontsmet ontsmette
hij, zij, het ontsmet ontsmette
wij ontsmetten —
jullie ontsmetten —
zij ontsmetten —
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ontsmet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ontsmet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ontsmet impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ontsmet impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ontsmet impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ontsmet impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ontsmet worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ontsmet zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ontsmet worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ontsmet zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ontsmet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ontsmet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ontsmet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ontsmet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ontsmet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ontsmet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ontsmet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ontsmet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontsmet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ontsmet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontsmet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ontsmet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ontsmet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontsmet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontsmet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is ontsmet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ontsmet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
ontsmet gebiedende wijs
ontsmet verleden tijd, deelwoord
ontsmet te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ontsmet te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ontsmet te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontsmet te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontsmet te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontsmet worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ontsmet zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ontsmet zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontsmet zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontsmet zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontsmette verleden tijd
ontsmette aanvoegende wijs
ontsmettend onvoltooid, deelwoord
te hebben ontsmet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te ontsmetten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ontsmetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ontsmet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ontsmet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ontsmet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ontsmet voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ontsmet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ontsmet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ontsmet voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ontsmet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ontsmet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ontsmet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ontsmet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ontsmet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ontsmet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ontsmet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ontsmet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ontsmet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ontsmet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ontsmet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ontsmet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ontsmet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal ontsmet hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontsmet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ontsmet hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ontsmet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontsmet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ontsmet zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontsmet zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ontsmetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ontsmetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal ontsmetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn ontsmet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ontsmet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ontsmet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ontsmet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ontsmet hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontsmet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontsmet hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ontsmet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontsmet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ontsmet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontsmet zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontsmet zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontsmet zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ontsmetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou ontsmetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou ontsmetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden ontsmet hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ontsmet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ontsmet hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontsmet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ontsmet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ontsmet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontsmet zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ontsmet zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ontsmet zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontsmetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ontsmetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ontsmetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt ontsmet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontsmet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontsmet zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontsmetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen ontsmet hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ontsmet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ontsmet hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontsmet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ontsmet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ontsmet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontsmet zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ontsmet zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ontsmet zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontsmetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen ontsmetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ontsmetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ontsmetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult ontsmet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ontsmet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ontsmet zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ontsmetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van smet met het voorvoegsel ont- en met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van ontsmetten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ontsmet voltooid deelwoord ontsmetten
ontsmette verleden tijd ontsmetten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ontsmetten zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over ontsmetten

Hoe spreek je ontsmetten uit?
De uitspraak van ontsmetten is: /ɔntˈsmɛtə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent ontsmetten?
Ontsmetten is een werkwoord. Het woord betekent: kleine organismen zoals bacteriën gericht doden. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je ontsmetten?
Je vervoegt ontsmetten als volgt: de tegenwoordige tijd is ontsmet, de verleden tijd is ontsmette en het voltooid deelwoord is ontsmet. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op ontsmetten?

Ontsmetten rijmt op 47 woorden op -etten; zetten, besmetten en bezetten bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op ontsmetten, uitspraak ɔntˈsmɛtən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
zetten 2
besmetten 3
bezetten 3
wetten 2
chatten 2
netten 2
verzetten 3
vetten 2
verderzetten 4
koffiezetten 4
spetten 2
resetten 3
aandelenpakketten 6
aanplakbiljetten 5
aanslagbiljetten 5
amoretten 4
amuletten 4
avondtoiletten 5
baltoiletten 4
blanketten 3
bonketten 3
braceletten 4
castagnetten 4
composttoiletten 5
crisiswetten 4
galetten 3
getten 2
handalfabetten 5
hondentoiletten 5
janetten 3
kankersletten 4
mentholsigaretten 6
navetten 3
omgevingswetten 5
pincetten 3
rivetten 3
scholingsbudgetten 5
stadsloketten 4
tegenzetten 4
tentetten 3
Nog 7 rijmwoorden
tetten 2
toiletten 3
vedetten 3
videochatten 5
vingeralfabetten 6
vrouwentoiletten 5
yenbiljetten 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord ontsmetten is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. S 2
  5. M 3
  6. E 1
  7. T 2
  8. T 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

ontsmetten levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. S 2
  5. M 3
  6. E 1
  7. T 2
  8. T 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 16 zonder bonus
  12. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

ontsmetten in het kort

ontsmetten staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van ontsmetten zijn 71 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort ontsmetten bij een woordfamilie van 2 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

ontsmetten: kleine organismen zoals bacteriën gericht doden
Deel ontsmetten — standaardnederlands.nl