netten
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈnɛtə(n)Betekenis
- in een net zien te vangen
Hoe spreek je netten uit?
/ˈnɛtən/
Netten bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| n | nek |
| ɛ | bed |
| t | tak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van netten
nettenhele werkwoord — netteverleden tijd enkelvoud — genetvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | net | nette |
| jij | net | nette |
| hij, zij, het | net | nette |
| wij | netten | — |
| jullie | netten | — |
| zij | netten | — |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben genet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent genet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is genet | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was genet | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd genet | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt genet | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal genet worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal genet zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou genet worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou genet zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| genet | verleden tijd, deelwoord |
| genet te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| genet te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| genet te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| genet te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| genet te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| genet worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| genet zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| genet zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| genet zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| genet zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had genet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had genet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had genet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden genet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden genet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden genet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt genet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb genet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben genet | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben genet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben genet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben genet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt genet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft genet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft genet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is genet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is genet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| net | gebiedende wijs |
| nette | verleden tijd |
| nette | aanvoegende wijs |
| nettend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben genet | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te netten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen netten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart genet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren genet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren genet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren genet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was genet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was genet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was genet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd genet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd genet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd genet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden genet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden genet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden genet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt genet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word genet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden genet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden genet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden genet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt genet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt genet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal genet hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal genet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal genet hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal genet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal genet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal genet zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal genet zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal netten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal netten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal netten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn genet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn genet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn genet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt genet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou genet hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou genet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou genet hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou genet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou genet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou genet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou genet zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou genet zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou genet zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou netten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou netten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou netten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden genet hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden genet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden genet hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden genet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden genet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden genet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden genet zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden genet zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden genet zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden netten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden netten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden netten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt genet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt genet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt genet zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt netten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen genet hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen genet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen genet hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen genet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen genet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen genet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen genet zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen genet zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen genet zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen netten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen netten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen netten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen netten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult genet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult genet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult genet zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult netten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord net
Herkomst
ww: afgeleid van net zn met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van netten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| genette | woordvorm | netten |
| nettend | onvoltooid deelwoord | netten |
| nettende | woordvorm | netten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van netten zijn vastgelegd.