vetten
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈvɛtə(n)Betekenis
- met vet insmeren
Hoe spreek je vetten uit?
/ˈvɛtən/
Vetten bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ɛ | bed |
| t | tak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van vetten
vettenhele werkwoord — vetteverleden tijd enkelvoud — gevetvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | vet | vette |
| jij | vet | vette |
| hij, zij, het | vet | vette |
| wij | vetten | — |
| jullie | vetten | — |
| zij | vetten | — |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gevet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gevet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gevet | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gevet | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gevet | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gevet | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gevet worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gevet zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gevet worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gevet zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gevet | verleden tijd, deelwoord |
| gevet te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gevet te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gevet te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gevet te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gevet te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gevet worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gevet zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gevet zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gevet zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gevet zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gevet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gevet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gevet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gevet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gevet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gevet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gevet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gevet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gevet | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gevet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gevet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gevet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gevet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gevet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gevet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gevet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gevet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben gevet | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te vetten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen vetten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vet | gebiedende wijs |
| vette | verleden tijd |
| vette | aanvoegende wijs |
| vettend | onvoltooid, deelwoord |
| waart gevet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gevet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gevet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gevet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gevet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gevet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gevet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gevet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gevet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gevet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gevet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gevet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gevet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gevet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gevet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gevet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gevet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gevet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gevet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gevet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gevet hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gevet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gevet hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gevet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gevet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gevet zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gevet zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal vetten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal vetten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal vetten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gevet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gevet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gevet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gevet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gevet hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gevet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gevet hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gevet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gevet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gevet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gevet zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gevet zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gevet zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou vetten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou vetten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou vetten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gevet hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gevet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gevet hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gevet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gevet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gevet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gevet zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gevet zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gevet zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vetten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vetten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vetten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gevet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gevet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gevet zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vetten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gevet hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gevet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gevet hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gevet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gevet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gevet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gevet zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gevet zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gevet zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vetten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen vetten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen vetten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen vetten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gevet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gevet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gevet zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vetten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord vet
Herkomst
ww: afgeleid van vet zn met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van vetten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gevet | voltooid deelwoord | vetten |
| vettend | onvoltooid deelwoord | vetten |
| vettende | woordvorm | vetten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vetten zijn vastgelegd.