Naar de inhoud

koffiezetten

koffie bereiden

koffiezetten is meer dan één woord

koffiezetten

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈkɔfiˌzɛtə(n)

Betekenis

  1. koffie bereiden

Hoe spreek je koffiezetten uit?

/ˈkɔfiˌzɛtən/

Koffiezetten bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈkɔfiˌzɛtən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
k kat
ɔ bot
f fiets
i riet
z zon
ɛ bed
t tak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint
ˌ een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon

Vervoeging van koffiezetten

koffiezettenhele werkwoord — zette koffieverleden tijd enkelvoud — zetten koffieverleden tijd meervoud — koffiegezetvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik zet koffie zette koffie
jij zet koffie zette koffie
hij, zij, het zet koffie zette koffie
wij zetten koffie zetten koffie
jullie zetten koffie zetten koffie
zij zetten koffie zetten koffie
Alle 72 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
had koffiegezet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had koffiegezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had koffiegezet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden koffiegezet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden koffiegezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden koffiegezet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt koffiegezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb koffiegezet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben koffiegezet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben koffiegezet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben koffiegezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben koffiegezet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt koffiegezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft koffiegezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft koffiegezet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
koffie te zetten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
koffie te zullen zetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
koffie zal zetten bijzin, toekomende tijd
koffie zou zetten bijzin, voorwaardelijk
koffie zouden zetten bijzin, voorwaardelijk
koffie zoudt zetten bijzin, voorwaardelijk
koffie zullen zetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
koffie zullen zetten bijzin, toekomende tijd
koffie zult zetten bijzin, toekomende tijd
koffiegezet verleden tijd, deelwoord
koffiegezet te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
koffiegezet zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
koffiezet bijzin, tegenwoordige tijd
koffiezette bijzin, verleden tijd
koffiezettend onvoltooid, deelwoord
te hebben koffiegezet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen koffiezetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal koffiegezet hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal koffiegezet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal koffiegezet hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal koffiezetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal koffiezetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal koffiezetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal koffiezetten bijzin, toekomende tijd
zet koffie gebiedende wijs
zette koffie verleden tijd
zou koffiegezet hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou koffiegezet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou koffiegezet hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou koffiezetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou koffiezetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou koffiezetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou koffiezetten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) koffiezetten koffie zou(dt) zetten bijzin, voorwaardelijk
zouden koffiegezet hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden koffiegezet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden koffiegezet hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden koffiezetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden koffiezetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden koffiezetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden koffiezetten bijzin, voorwaardelijk
zoudt koffiegezet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt koffiezetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt koffiezetten bijzin, voorwaardelijk
zullen koffiegezet hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen koffiegezet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen koffiegezet hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen koffiezetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen koffiezetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen koffiezetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen koffiezetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen koffiezetten bijzin, toekomende tijd
zult koffiegezet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult koffiezetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult koffiezetten bijzin, toekomende tijd
zult/zal koffiezetten koffie zult/zal zetten bijzin, toekomende tijd

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van koffiezetten

Vervoeging van koffiezetten

koffiezettenhele werkwoord — zette koffieverleden tijd enkelvoud — zetten koffieverleden tijd meervoud — koffiegezetvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik zet koffie zette koffie
jij zet koffie zette koffie
hij, zij, het zet koffie zette koffie
wij zetten koffie zetten koffie
jullie zetten koffie zetten koffie
zij zetten koffie zetten koffie
Alle 72 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
had koffiegezet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had koffiegezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had koffiegezet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden koffiegezet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden koffiegezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden koffiegezet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt koffiegezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb koffiegezet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben koffiegezet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben koffiegezet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben koffiegezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben koffiegezet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt koffiegezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft koffiegezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft koffiegezet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
koffie te zetten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
koffie te zullen zetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
koffie zal zetten bijzin, toekomende tijd
koffie zou zetten bijzin, voorwaardelijk
koffie zouden zetten bijzin, voorwaardelijk
koffie zoudt zetten bijzin, voorwaardelijk
koffie zullen zetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
koffie zullen zetten bijzin, toekomende tijd
koffie zult zetten bijzin, toekomende tijd
koffiegezet verleden tijd, deelwoord
koffiegezet te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
koffiegezet zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
koffiezet bijzin, tegenwoordige tijd
koffiezette bijzin, verleden tijd
koffiezettend onvoltooid, deelwoord
te hebben koffiegezet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen koffiezetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal koffiegezet hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal koffiegezet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal koffiegezet hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal koffiezetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal koffiezetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal koffiezetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal koffiezetten bijzin, toekomende tijd
zet koffie gebiedende wijs
zette koffie verleden tijd
zou koffiegezet hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou koffiegezet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou koffiegezet hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou koffiezetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou koffiezetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou koffiezetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou koffiezetten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) koffiezetten koffie zou(dt) zetten bijzin, voorwaardelijk
zouden koffiegezet hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden koffiegezet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden koffiegezet hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden koffiezetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden koffiezetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden koffiezetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden koffiezetten bijzin, voorwaardelijk
zoudt koffiegezet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt koffiezetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt koffiezetten bijzin, voorwaardelijk
zullen koffiegezet hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen koffiegezet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen koffiegezet hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen koffiezetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen koffiezetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen koffiezetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen koffiezetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen koffiezetten bijzin, toekomende tijd
zult koffiegezet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult koffiezetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult koffiezetten bijzin, toekomende tijd
zult/zal koffiezetten koffie zult/zal zetten bijzin, toekomende tijd

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord koffiezet

Herkomst

ww: samenstelling van koffie zn en zetten ww

Woordfamilie van koffiezetten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
koffiegezet voltooid deelwoord koffiezetten
koffiezette subordinate-clause, verleden tijd koffiezetten
koffiezettend onvoltooid deelwoord koffiezetten
koffiezettende woordvorm koffiezetten
zet koffie gebiedende wijs koffiezetten
zette koffie verleden tijd koffiezetten
zetten koffie aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon koffiezetten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van koffiezetten zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over koffiezetten

Hoe spreek je koffiezetten uit?
De uitspraak van koffiezetten is: /ˈkɔfiˌzɛtə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent koffiezetten?
Koffiezetten is een werkwoord. Het woord betekent: koffie bereiden.
Hoe vervoeg je koffiezetten?
Je vervoegt koffiezetten als volgt: het voltooid deelwoord is koffiegezet. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op koffiezetten?

In dit woordenboek rijmen 47 woorden op -etten op koffiezetten, zoals zetten, besmetten en bezetten. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op koffiezetten, uitspraak ˈkɔfiˌzɛtən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
zetten 2
besmetten 3
bezetten 3
ontsmetten 3
wetten 2
chatten 2
netten 2
verzetten 3
vetten 2
verderzetten 4
spetten 2
resetten 3
aandelenpakketten 6
aanplakbiljetten 5
aanslagbiljetten 5
amoretten 4
amuletten 4
avondtoiletten 5
baltoiletten 4
blanketten 3
bonketten 3
braceletten 4
castagnetten 4
composttoiletten 5
crisiswetten 4
galetten 3
getten 2
handalfabetten 5
hondentoiletten 5
janetten 3
kankersletten 4
mentholsigaretten 6
navetten 3
omgevingswetten 5
pincetten 3
rivetten 3
scholingsbudgetten 5
stadsloketten 4
tegenzetten 4
tentetten 3
Nog 7 rijmwoorden
tetten 2
toiletten 3
vedetten 3
videochatten 5
vingeralfabetten 6
vrouwentoiletten 5
yenbiljetten 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord koffiezetten is 25 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. K 3
  2. O 1
  3. F 4
  4. F 4
  5. I 1
  6. E 1
  7. Z 4
  8. E 1
  9. T 2
  10. T 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 25 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

koffiezetten levert met Wordfeud minimaal 27 en maximaal 111 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. K 3
  2. O 1
  3. F 4
  4. F 4
  5. I 2
  6. E 1
  7. Z 5
  8. E 1
  9. T 2
  10. T 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 27 zonder bonus
  14. 111 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

koffiezetten in het kort

koffiezetten is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Van koffiezetten zijn 41 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort koffiezetten bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

koffiezetten: koffie bereiden
Deel koffiezetten — standaardnederlands.nl