verderzetten
werkwoord /ˈvɛrdərˈzɛtə(n)/Betekenis
- voortzetten, het blijven doen, verdergaan, voortgaan met.
- zich ~: doorzetten, voortgaan
Hoe spreek je verderzetten uit?
/ˈvɛrdərˈzɛtən/
Verderzetten bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ɛ | bed |
| r | rood |
| d | dak |
| ə | de |
| z | zon |
| t | tak |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van verderzetten
verderzettenhele werkwoord — zette verderverleden tijd enkelvoud — zetten verderverleden tijd meervoud — verdergezetvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | zet verder | zette verder |
| jij | zet verder | zette verder |
| hij, zij, het | zet verder | zette verder |
| wij | zetten verder | zetten verder |
| jullie | zetten verder | zetten verder |
| zij | zetten verder | zetten verder |
Alle 156 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verdergezet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verdergezet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verdergezet | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verdergezet | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verdergezet | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verdergezet | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verdergezet worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verdergezet zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verdergezet worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verdergezet zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verdergezet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verdergezet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verdergezet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verdergezet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verdergezet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verdergezet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verdergezet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verdergezet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verdergezet | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verdergezet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verdergezet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verdergezet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verdergezet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verdergezet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verdergezet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verdergezet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verdergezet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verdergezet | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verderzetten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verder te zetten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verder te zullen zetten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verder zal zetten | bijzin, toekomende tijd |
| verder zou zetten | bijzin, voorwaardelijk |
| verder zouden zetten | bijzin, voorwaardelijk |
| verder zoudt zetten | bijzin, voorwaardelijk |
| verder zullen zetten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verder zullen zetten | bijzin, toekomende tijd |
| verder zult zetten | bijzin, toekomende tijd |
| verdergezet | verleden tijd, deelwoord |
| verdergezet te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verdergezet te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verdergezet te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verdergezet te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verdergezet te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verdergezet worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verdergezet zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verdergezet zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verdergezet zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verdergezet zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verderzet | bijzin, tegenwoordige tijd |
| verderzette | bijzin, verleden tijd |
| verderzettend | onvoltooid, deelwoord |
| waart verdergezet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verdergezet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verdergezet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verdergezet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verdergezet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verdergezet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verdergezet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verdergezet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verdergezet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verdergezet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verdergezet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verdergezet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verdergezet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verdergezet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verdergezet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verdergezet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verdergezet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verdergezet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verdergezet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verdergezet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal me verderzetten | eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal verdergezet hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verdergezet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verdergezet hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verdergezet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verdergezet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verdergezet zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verdergezet zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verderzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verderzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verderzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal verderzetten | bijzin, toekomende tijd |
| zal zich verderzetten | derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal, zult je verderzetten | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zet u/je verder, zet je verder | gebiedende wijs |
| zet verder | gebiedende wijs |
| zette verder | verleden tijd |
| zich verdergezet hebben | verleden tijd |
| zich verderzettend | onvoltooid, deelwoord |
| zijn verdergezet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verdergezet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verdergezet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verdergezet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verdergezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verdergezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verdergezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verdergezet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verdergezet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verdergezet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verdergezet zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verdergezet zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verdergezet zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verderzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verderzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verderzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou verderzetten | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) verderzetten verder zou(dt) zetten | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden verdergezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verdergezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verdergezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verdergezet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verdergezet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verdergezet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verdergezet zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verdergezet zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verdergezet zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verderzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verderzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verderzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden verderzetten | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt verdergezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verdergezet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verdergezet zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verderzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt verderzetten | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen je verderzetten | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen ons verderzetten | eerste persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen verdergezet hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verdergezet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verdergezet hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verdergezet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verdergezet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verdergezet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verdergezet zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verdergezet zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verdergezet zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
Herkomst
samenstelling van verder en zetten
Woordfamilie van verderzetten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verdergezet | voltooid deelwoord | verderzetten |
| verdergezette | woordvorm | verderzetten |
| verderzet | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | verderzetten |
| verderzette | subordinate-clause, verleden tijd | verderzetten |
| verderzettend | onvoltooid deelwoord | verderzetten |
| verderzettende | woordvorm | verderzetten |
| zet verder | gebiedende wijs | verderzetten |
| zette verder | verleden tijd | verderzetten |
| zetten verder | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | verderzetten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verderzetten zijn vastgelegd.