Naar de inhoud

chatten

op synchrone wijze met elkaar korte tekstberichten uitwisselen

chatten

werkwoord /ˈtʃɛtə(n)/

Betekenis

  1. op synchrone wijze met elkaar korte tekstberichten uitwisselen

Hoe spreek je chatten uit?

/ˈtʃɛtən/

Chatten bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈtʃɛtən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
t tak
ʃ sjaal
ɛ bed
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van chatten

chattenhele werkwoord — chatteverleden tijd enkelvoud — gechatvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik chat chatte
jij chat chatte
hij, zij, het chat chatte
wij chatten —
jullie chatten —
zij chatten —
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
chat gebiedende wijs
chatte verleden tijd
chatte aanvoegende wijs
chattend onvoltooid, deelwoord
ev. gebiedende wijs
gechat verleden tijd, deelwoord
gechat te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gechat zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gechat voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gechat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gechat voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gechat voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gechat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gechat voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gechat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gechat voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gechat actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gechat voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gechat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gechat voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gechat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gechat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gechat voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te chatten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gechat actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen chatten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal chatten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal chatten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal chatten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gechat hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gechat hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gechat hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou chatten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou chatten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou chatten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gechat hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gechat hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gechat hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden chatten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden chatten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden chatten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gechat hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gechat hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gechat hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt chatten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gechat hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen chatten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen chatten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen chatten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen chatten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gechat hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gechat hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gechat hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult chatten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gechat hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van chatten

Vervoeging van chatten

chattenhele werkwoord — chatteverleden tijd enkelvoud — gechatvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik chat chatte
jij chat chatte
hij, zij, het chat chatte
wij chatten —
jullie chatten —
zij chatten —
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
chat gebiedende wijs
chatte verleden tijd
chatte aanvoegende wijs
chattend onvoltooid, deelwoord
ev. gebiedende wijs
gechat verleden tijd, deelwoord
gechat te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gechat zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gechat voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gechat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gechat voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gechat voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gechat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gechat voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gechat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gechat voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gechat actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gechat voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gechat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gechat voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gechat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gechat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gechat voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te chatten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gechat actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen chatten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal chatten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal chatten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal chatten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gechat hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gechat hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gechat hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou chatten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou chatten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou chatten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gechat hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gechat hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gechat hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden chatten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden chatten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden chatten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gechat hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gechat hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gechat hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt chatten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gechat hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen chatten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen chatten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen chatten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen chatten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gechat hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gechat hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gechat hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult chatten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gechat hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘on line corresponderen via het internet’ voor het eerst aangetroffen in 1993

Woordfamilie van chatten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
chatte verleden tijd chatten
chattend onvoltooid deelwoord chatten
chattende woordvorm chatten
gechat voltooid deelwoord chatten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van chatten zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over chatten

Hoe spreek je chatten uit?
De uitspraak van chatten is: /ˈtʃɛtə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent chatten?
Chatten is een werkwoord. Het woord betekent: op synchrone wijze met elkaar korte tekstberichten uitwisselen.
Hoe vervoeg je chatten?
Je vervoegt chatten als volgt: de tegenwoordige tijd is chat, de verleden tijd is chatte en het voltooid deelwoord is gechat. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op chatten?

Chatten rijmt op 47 woorden op -tten; zetten, besmetten en bezetten bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op chatten, uitspraak ˈtʃɛtən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
zetten 2
besmetten 3
bezetten 3
ontsmetten 3
wetten 2
netten 2
verzetten 3
vetten 2
verderzetten 4
koffiezetten 4
spetten 2
resetten 3
aandelenpakketten 6
aanplakbiljetten 5
aanslagbiljetten 5
amoretten 4
amuletten 4
avondtoiletten 5
baltoiletten 4
blanketten 3
bonketten 3
braceletten 4
castagnetten 4
composttoiletten 5
crisiswetten 4
galetten 3
getten 2
handalfabetten 5
hondentoiletten 5
janetten 3
kankersletten 4
mentholsigaretten 6
navetten 3
omgevingswetten 5
pincetten 3
rivetten 3
scholingsbudgetten 5
stadsloketten 4
tegenzetten 4
tentetten 3
Nog 7 rijmwoorden
tetten 2
toiletten 3
vedetten 3
videochatten 5
vingeralfabetten 6
vrouwentoiletten 5
yenbiljetten 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord chatten is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. C 5
  2. H 4
  3. A 1
  4. T 2
  5. T 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

chatten levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 118 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. C 5
  2. H 4
  3. A 1
  4. T 2
  5. T 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 16 zonder bonus
  9. 118 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

chatten telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

chatten in het kort

chatten staat in dit woordenboek als werkwoord. Van chatten zijn 29 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort chatten bij een woordfamilie van 4 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

chatten: op synchrone wijze met elkaar korte tekstberichten uitwisselen
Deel chatten — standaardnederlands.nl