toetsenist
zelfstandig naamwoord ˌtutsəˈnɪstBetekenis
- iemand die een muziekinstrument met toetsen bespeeld.
Hoe spreek je toetsenist uit?
/ˌtutsəˈnɪst/
Toetsenist bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| u | boek |
| s | sok |
| ə | de |
| n | nek |
| ɪ | pit |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- bespeler van een muziekinstrument met een klavier Vooral gebruikt in muziekgenres als pop en rock waarin iemand vaak meerdere typen klavierinstrumenten kan bespelen.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| toetsenisten | meervoud |
| toetsenistje | verkleinwoord, enkelvoud |
| toetsenistjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
afgeleid van toets met het achtervoegsel -ist met het invoegsel -en-
Woordfamilie van toetsenist
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| toetsenisten | meervoud | toetsenist |
| toetsenistje | verkleinwoord | toetsenist |
| toetsenistjes | verkleinwoord meervoud | toetsenist |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van toetsenist zijn vastgelegd.